Van Lissabon naar de Algarve

Geplaatst op 2 reactiesGeplaatst in Geen categorie

De haven van Oeiras voelt als een herberg met service en vriendelijkheid in overvloed. Naast dat je er rustig en beschut ligt is er een Oceanic Pool waar je gratis gebruik van mag maken (vanaf 18-9 wegens einde seizoen gesloten), iedere ochtend verse broodjes in de kuip, een gratis “shuttle” naar de supermarkt of het treinstation, het kan niet op. Daar betaal je ook wel voor (34 euro voor 10-12 meter), maar het is als echte Nederlander goed te weten dat van de 7 dagen liggeld, je er maar 5 hoeft te betalen (gouden tip van de Bojangles). Vanaf het treinstation zit je binnen een half uur hartje Lissabon terwijl je  halverwege kunt stoppen in Belem voor het bezichtigen van de nodige musea. En wat kun je nog meer van Lissabon zeggen naast dat het werkelijk een prachtige stad is, met de  ontelbare smalle straatjes die stijl omhoog kronkelen, de kenmerkende trammetjes die volgepakt zitten met toeristen, de zonnige terrasjes en restaurantjes op de pleinen en in de dwarsstraatjes en een brug die zorgt dat je je in San Francisco waant. Nou nog heel veel meer, maar vooral dat het zeker een bezoek waard is. We liggen overigens in Oeiras omdat we een pakketje uit Nederland hebben laten opsturen door Mienco. Hierin zit een andere SSB zender (cq Blue Skyradio met dank aan Hanneke en Syste) en onder het mom van “als er toch een pakketje komt” en “je kunt echt niet meer zonder”, een drone. Beide apparaten moeten we aan de praat zien te krijgen maar over niet al te lange tijd vanaf de White Mustang dus meer beeld en geluid. Na 8 dagen Oeiras kunnen we weer door, met al onze nieuwe goodies (nou ja, zonder de meegeleverde drop want die is binnen no time op), verder richting het zuiden. In de Algarve heb je vanaf Sines mooie anker plaatsen op de rivier waar het met eb voor een groot deel droog valt en erg doet denken aan onze wadden. We willen een aardige slag maken en besluiten een nacht door te varen. Het is een prima tochtje waarbij we een groot deel opvaren met de Tijd, medevertrekkers uit Nederland. 

Het weerbericht is zoals voorspelt, we kunnen starten met de uitgeboomde parasailor. Dit is een soort spinaker waar op 2/3 hoogte een gat in zit waarvoor allemaal kleine shuttles aan kleine lijntjes hangen en wordt getrimd door 4 lijnen. Het effect van deze opening is hij windvlagen goed kan opvangen en alles beter bestuurbaar blijft. Hij is echt bedoeld voor lange afstanden van halve wind tot plat voor het lapje. Dit is de eerste keer dat we hem zo lang kunnen laten staan en het is echt fantastisch. We gaan als een speer, 7,5 kn is heel normaal, maar als de wind zoals voorspelt halverwege de middag verder aantrekt tot zo’n 15 knopen en we wel heel hard de opbouwende golven afduiken, halen we hem binnen en zetten de genua. In de loop van de avond kakt de wind weer in, maar door de ruim 5 knopen die we nog varen en het feit dat ik de eerste wacht draai maakt dat we de 2 rifjes in het grootzeil laten. Er zijn nog wat dolfijntjes die ons begroeten wat steeds opnieuw weer een happy moment is. Langzaam maar zeker leveren we in de loop van de avond meer snelheid in en tegen de tijd dat Kees aan zijn wacht begint halen we een rifje uit het grootzeil. Het blijft echter modderen onder de koers die we moeten varen. Meer grootzeil of meer afvallen maakt dat de genua klappert, minder of geen genua zorgt dat we te weinig vaart houden. Ondertussen is het redelijk klotsen aan boord, want ondanks dat de wind is afgenomen zette de golven nog wel even door en ze komen niet altijd uit dezelfde hoek. Na eenmaal de kaap te hebben gerond na 24 uur varen, ankeren we ’s ochtends, gewoon omdat het er beeldschoon uit ziet, vlak voor Lagos, waar de zon de rotsen en grotten mooi oranje-geel kleurt. Heel lang duurt dit geniet momentje niet want strak na 9.30 wordt het hele gebied overspoelt door touringbootjes, kayakers, wandelaars die de rosten af naar beneden klauteren en ‘stand-up paddelaars'. Na een aantal uur en met wat bijslapen verlaten we deze stek en varen op de motor 3 mijl naar Alvor om hier in de rivierbedding voor anker te gaan. 

De stroming hier maakt wel dat je 360 graden kan ronddraaien wat het bepalen van je ankerplekje ten opzichte van andere boten extra belangrijk maakt. Hier liggen we heel ontspannen tot we bericht krijgen dat ons volgende pakketje in de haven van Portimao aankomt. Opnieuw een pakketje ja, want in Spanje is voor de tweede keer in 2 jaar tijd Kees zijn reddingsvest onbruikbaar geworden doordat de stopper van de ritssluiting is los gegaan en daarmee kwijtgeraakt. Hierdoor bubbelt het vest, ondanks gebruik van ducktape, naar buiten, wat niet zo heel handig is als je opblaast als het zoutpatroon door water of vocht is gesmolten. Dekker watersport en Secumar ervan overtuigen dat dit niets anders kan zijn dan een fabrieksfout, kost veel tijd en levert helaas niet de gehoopte service op die je verwacht als je ver weg zit en al jaren trouwe klant bent. In Spanje, waar er nog “watersportwinkels” waren, hebben we gezocht naar een goed nieuw vest. Er is daar echter geen markt voor dure kwaliteitsreddingsvesten, dus heb ik nu een B-merk vest wat als je niet oppast opblaast als je met het “weiger-koordje” in het railingnet blijft hangen (pluspuntje: hij deed het). Ach, het wachten hier is echt geen straf, Alvor heeft gezellige restaurantjes direct op de kade, een winkelstraatje, prachtige zonsondergangen, een wit zandstrand met een warmere zee, een goed aangelegd wandelpad door het natuurgebied tussen de rivier en de duinen in, de zon schijnt er en we delen de ankerbaai en natuurlijk een hoop mooie verhalen met medevertrekkers Willy en Ria van de Sun-Ra die voor de tweede keer aan een wereldreis zijn begonnen. We genieten nog even van dit Mediterranee-achtige plaatsje voordat we binnenkort vanuit Faro oversteken naar Marokko en Europa achter ons zullen laten.

Portugal: so far, so good

Geplaatst op Een reactie plaatsenGeplaatst in Geen categorie

Vanuit Baiona zwaaien we de Spaanse ria’s vaarwel, de Portugese vlag ligt vast klaar om gehesen te worden voor als we straks in Portugal aankomen. Weer benieuwd naar hoe het daar zal zijn, het eten, de mensen en de steden. Het zal zeker anders zijn dan Spanje, geen eilandjes, weinig ankeren en dus verplicht de veelal dure havens in. De Portugese noord die nogal eens voor schade kan zorgen en zeker niet zwoel aanvoelt. Zo zijn er vertrekkers die het samenvatten als: tja de Portugese kust, die hoort er nu eenmaal bij.  We shall see. Porto is de eerste grote stad om aan te doen, anders dan de meesten besluiten we er met (lange) dagtochten naar toe te zeilen. De eerste stop is na een lange dag motoren (omdat er veel minder wind is dan voorspeld) Viano do Castelo, prima haventje en behulpzame havenmeester. Het is opvallend hoe goed men hier Engels spreekt. We blijven hier een extra dagje liggen om Kees zijn verjaardag te vieren en dan doen we in stijl met een heerlijke lunch in een lokaal restaurantje. De volgende stop is Porto, we varen weg met een mooie backstag wind en als deze ook nu weer minder is dan voorspelt komt de halfwinder tevoorschijn (dit is een groot en dun lichtweer zeil, perfect voor de 8 knopen wind die er staat). Doordat alle lijntjes van de parasailor zo mooi klaarliggen is het zetten van dit zeil een fluitje van een cent en als ze mooi staat uitgeboomd, varen we er vlot vandoor. Het is een heerlijke dag zeilen met een lekker zonnetje, prima golven en tot 2 maal toe veel vrolijke dolfijntjes om de boot. Hoe later op de dag, hoe dichter bij Porto, maar ook des te meer wind er komt. We schatten in dat tegen de tijd we bij de haven van Leixoes zijn er zoveel wind staat dat de haven van Porto, 2 mijl verder, de deuren heeft dicht gegooid (moeilijke aanloop volgens onze bijbel*). Dus we slaan linksaf, gaan overstag en eenmaal achter “de dijk” varen  op de motor met stroom tegen naar de haven. De haven kunnen we echter niet in, het is er tjokvol vanwege het WK met 49’ers. Dus met 2 andere boten voor anker waarbij we de avond zelf nog getrakteerd worden op het prachtige Argentijnse tall ship (eerder gezien bij Sail Amsterdam, toen ze om de hoek lagen van ons Java eiland) waarbij de bemanning ook nu weer, windkracht 6 of niet, in vol ornaat in de mast (beter gezegd de ra) staat te wachten om naar de beneden te mogen komen. De volgende ochtend kunnen we de haven wel in en ontdekken een tweede verrassing tijdens het hijsen van het anker, een oud visnet. Het lukt gelukkig om het met een lang broodmes van het anker los te krijgen en eenmaal in de haven kunnen we wederom opzoek naar een leuk eettentje om ditmaal mijn verjaardag te vieren. Met een visje van de barbecue en een wandeling aan het strand van Matosinhos een geslaagde dag. De dag erna pakken we de tram richting Porto en wandelen we door deze mooie relaxte stad. Even vergeten dat het hier geen koopzondag is, maar in het gedeelte bij de rivier, waar ook een vliegtuig demonstratie gaande is, wat hordes mensen op de been brengt, zijn genoeg restaurantjes om prima te lunchen. Mist houdt ons een dagje langer in deze haven waar we 5 september uiteindelijk vertrekken om in dagtochten via Figueira da Foz, Nazare en Peniche in Oeiras aan te komen,  na 2 klotsdagen een derde dagtocht die door Kees als volgt wordt beschreven: 

“Oh what a day”

Het is zaterdag 9 september en we vertrekken om 9 uur uit Peniche voor een dagtocht van ongeveer 50 mijl naar Oeiras, vlak onder Lissabon. Het weerbericht geeft een mooie voorspelling van 13 tot 15 knopen backstag wind. We gooien los en zetten direct het grootzeil, zekerheidshalve met een rifje erin. Dat doen we eigenlijk altijd, je weet nooit zeker of het weerbericht klopt en of er buiten de haven plots veel meer wind staat. Bovendien, een rifje eruit is veel makkelijker dan een rifje erin, dat is logisch. Om uit de luwte te komen van het schiereiland moeten we het eerste stukje motoren. Niet lang daarna pakken we de wind op en wordt de genua uitgerold. Mhhm, er staat wel heel veel minder wind dan voorspeld (7 tot 10 knopen). Na het even te hebben aangezien rollen we de genua weer in en hijsen de halfwinder, pwoefh gaat het en hij staat mede door de goede voorbereiding bijna meteen goed. We zeilen met gemiddeld zo’n 6,5 a 7 knopen en met de stuurautomaat aan hoeven we de eerste uren weinig te doen. Fantastisch zeilen is dit, en hoewel het kan, wil ik geen boek lezen,  ik wil alleen genieten van het zeilen en het water wat een swoesh swoesh geluid geeft. Ook het zonnetje doet zijn best maar echt warm wil het nog niet worden met deze wind uit het noorden. Marijntje doet zijn ochtend slaapje in de maxi cosy buiten in de kuip en heeft momenteel geen weet van dit fraaie zeil weer. Alles bij elkaar lijkt het een mooi moment om mijn hengeltje weer eens uit te gooien, we hebben een beetje lood gekocht om de lijn iets dieper in het water te krijgen. Er gebeurd niet veel, de nylon draad hangt niet echt strak dus er zit nog niets aan, rustig afwachten maar. Niet veel later horen we een ‘doehoef’ geluid, een fractie later kijken we en zien dan ook de grote dobber die we hebben geraakt. Zo’n dobber is een drijver waar een touw aan zit tot aan de bodem van de zee. Aan dit touw zit het visnet. Er liggen honderden van die grote ‘dobbers’ onder de kust tot ver in zee en het is moeilijk om er niet af en toe een te raken met het risico van een visnet in je schroef of roer. Gister hadden we geluk, er bleef er een hangen achter het roer, maar de kracht van de zeilende boot was dit keer te sterk en deed de dobber in tientallen stukjes tempex spatten. De botsing met de dobber op dit moment geeft op zich geen problemen maar na niet al te lange tijd komt de 50 tot 75 meter lange vislijn met de nieuw gekochte vishaakjes  erin vast te zitten en dduurrrruuuuhhhhh de hele lijn tot aan de hengelmolen verdwenen. Wel balen natuurlijk, zeker omdat een paar weken geleden mijn vislijn ook sneuvelde toen er een klein maar snel vissersbootje over heen voer.  We moeten nog veel leren blijkbaar. De snelheid van de boot heeft onder het hengelleed niet te lijden, we varen met een mooie snelheid en het is verder tot dusver een echte top dag. Na de lunch veranderen de golven en de wind en ook de richting ervan. We willen iets meer afvallen anders maken we wel een erg ruime bocht om de Cabo Raso. Maar met de halfwinder kan je niet elke windkoers varen en terwijl ik net iets teveel corrigeer, komt de halfwinder net iets teveel achter het grootzeil te zitten. Het resultaat is dat ze begint te klapperen maar door op tijd weer op te sturen staat ze snel weer goed. 

Waarom weet ik niet maar even later word ik een beetje overmoedig en probeer opnieuw af te vallen. Nu klappert de halfwinder niet alleen maar mede door de golfslag slaat ze tegen de voorstag met ingerolde genua aan en voordat ik er iets aan kan doen draait ze er omheen. Het easy going zeiltochtje veranderd in een spektakel met alle hens aan dek. De volgende 10 minuten probeer ik met een aantrekkende wind alles om het zeil terug te draaien maar tevergeefs. Dan maar zo laten zakken, en dus niet in de slurf (een lange hoes waar je dit soort zeilen heel makkelijk mee kunt hijsen en laten zakken). Samen staan we op het voordek met Marijntje stevig vast in zijn Maxi Cosi zich absoluut niet bewust van alle commotie. Majida laat de val langzaam vieren zodat ik de halfwinder los gedraaid kan krijgen van de voorstag. Niet veel later en zonder brokken is het zeil binnen en is het een complete chaos aan dek. Later in een haven met windstil weer krijgen we de boel wel weer gebruiksklaar. So far, so good….De wind trekt nog wat verder aan en met de uitgerolde genua varen we een lekkere  5,5 a 6,5 knopen gemiddeld. We omzeilen de Cabo Raso (ongeveer de hoek naar Lissabon) ruim in verband met valwinden. Dit was ons aangeraden door de havenmeester in Peniche. Om de bocht te kunnen maken moeten we gijpen (het zeil wat eerst over bakboord stond, gaat nu over naar stuurboord) wat heel makkelijk gaat door de Walder die we onder de giek hebben hangen. Kort uitgelegd is dit een soort vertrager, die de enorme krachten van zo’n gijp onder controle kan houden en zo een klapgijp, die desastreus kan zijn voor je spullen kan voorkomen. Het is echt een fantastische uitvinding uit Frankrijk en hoewel, op vertrekkers na, de meeste Nederlanders er niet aan willen zouden wij niet meer zonder willen zeilen. En ja de wind trek nog even lekker door, en ruim 7 knopen snelheid is geen uitzondering. Dat gaat goed, nog een kleine 10 mijl en ik zit aan m’n Leffe Blond. Maar zoals meestal zit het venijn in de staart. Na een harde windvlaag waar de boot een beetje van uit het roer loopt kost het veel moeite om de genua wat in te rollen. Al snel wordt duidelijk dat de wind echt flink aantrekt en moet de furlinglijn op de lier binnen worden gehaald Met alleen het grootzeil, waar nog steeds hetzelfde rifje inzit als waarmee we uit Peniche vertrokken, gaan we zo’n 8 knopen met wind tot over de 30 knopen. Geluk is dat er hier geen hele hoge golven zijn. Echt wel kicken, we moeten hier en daar uitwijken voor de vissersboeien, 2 kardinalen en zeilend tussen geankerde vrachtschepen door. Halverwege dit geweld zie ik een nieuwe Volvo Ocean Race boot, de Akzonobel, met vol zeil op, die mij op een mijl afstand met 23 knopen passeert. Wow! Na zo’n 8 uur zeilen meren we af in Marina de Oeiras en pak ik m’n welverdiende Leffe Blond. Oh what a day.

*De afgelopen zeildagen hebben ons laten zien dat we onze pilot iets losser kunnen interpreteren, natuurlijk de aanloop naar de havens, veelal stroomopwaarts gelegen van een rivier zal problemen geven bij combinaties van eb, hevige regenval en springtij omstandigheden die je wellicht verwacht in het vroege voorjaar of najaar, maar waarschijnlijk niet bij een normale stevige Portugese noord hartje zomer. 

Zeeziekte

Geplaatst op Een reactie plaatsenGeplaatst in gezondheid aan boord

Uit ervaring weet ik dat ik helaas gevoelig ben voor zeeziekte. Je doet me echt geen plezier met sensationele kermisattracties of een rondje achtbaan en ik bestuur veel liever de auto dan dat ik de kaart moet lezen. In de zwangerschap ging er nog een schepje bovenop en werd ik al ziek bij het kijken naar de deinende sloepjes die voor onze deur in het grachtje lagen. Hoe dit dan toch te combineren met een lange zeilreis? De oplossing (voor mij ): de Antwerpse zeeziek tabletten. En nu we redelijk ingeslingerd zijn, moet ik bekennen dat het varen went en steeds beter gaat. Op proef laat ik de Antwerpse zeeziekte capsules in hun doosje zitten voor als het echt nodig is en zolang ik niet te lang benedendeks ben gaat dat prima.

 

Waar hebben we het over?

Motion sickness noemen de Engelsen reisziekte wat een duidelijke term is voor het je ziek voelen ten gevolge van beweging of het idee te bewegen. Iedereen kan het krijgen, maar de een is er gevoeliger voor dan de ander. Kinderen jonger dan 2 jaar hebben zelden tekenen of klachten van reisziekte en bij kinderen tussen de 3 en 12 jaar is het het meest beschreven. De voornaamste klacht is misselijkheid welke vrij hevig kan zijn en gepaard kan gaan met braken en duizeligheid.  Subtieler en vaak voorafgaand aan de misselijkheid kun je algehele malaise klachten hebben, je slaperig en vermoeid voelen en meer prikkelbaar zijn. Andere symptomen zijn geeuwen, transpireren en hyperventileren. In principe is reisziekte in het algemeen een niet ernstige aandoening maar als je veel braakt en weinig kunt drinken loop je het risico uit te drogen. Bij watersporters is zeeziekte een veelbesproken onderwerp en sceptici beschrijven vaak 3 stadia:

Stadium 1: je bent bang dat je dood gaat

Stadium 2: je hoopt dat je dood gaat

Stadium 3: je bent bang dat je niet dood gaat

Hoewel ik me tijdens de eerste dagen echt beroerd voelde heb ik stadium 1 nooit bereikt. Wellicht omdat Kees echte zeebenen heeft en zorgt dat ik zo comfortabel als mogelijk benedendeks kan gaan liggen en op deze momenten voor alles en iedereen zorgt. Maar ervaren zeelieden herkennen en beamen deze stadia, belangrijk dus te weten naast hoe je er aan komt, ook hoe je er hopelijk af kunt komen.

 

Hoe kom je er aan?

Je hersenen schatten bewegingen in doordat ze input krijgen vanuit je evenwichtsorgaan, je ogen en bepaalde zenuwbanen in de spieren (propriocepsis). Deze input komt eigenlijk altijd overeen, maar wanneer dit niet het geval is, bijvoorbeeld op een bewegende boot daar waar je ogen de boot als stilstaand object registreren, raakt het systeem uit balans en is de kans groot dat je zeeziek wordt. Waarom de een meer last heeft dan de ander heeft mogelijk te maken met het gemak waarmee je histamine afbreekt. Hoe meer histamine (hoe minder je dit zelf kunt afbreken) hoe meer last van zeeziekte. Histamine zit in bepaalde lichaamscellen, maar ook in voeding, met name in “oude” en lang houdbare producten.

 

Hoe kom je er af?

In de meeste gevallen past je lichaam zich aan, aan de situatie. Mensen ervaren dan ook in het algemeen (uitzonderingen daar gelaten) na enkele dagen minder klachten.

Voorzorgsmaatregelen:

Er zijn vele adviezen hieronder de meest gehoorde:

  1. Frisse (koele) lucht
  2. Sturen of kijken naar de horizon zodat je ziet dat je beweegt.
  3. Benedendeks in het midden van de boot liggen daar waar deze het minst schommelt.
  4. Eet maar let op wat je eet. Varen op een lege maag is niet verstandig, eet een half uur voor vertrek een lichte maaltijd en nuttig tenminste 3 lichte maaltijden per dag. Verder zijn er zeelieden die een histaminearm dieet aanraden wat deels overeenkomt met vermijden van  rode wijn  en bier (uitgebreide lijsten zijn te vinden op het internet). Ook het drinken van koffie wordt afgeraden. Wat kan helpen is het eten van vers fruit (of slikken van vitamine C tabletten), gemberpoeder en het drinken van water, (gember)thee of  appelsap. (Rogge)brood en rijstwafels worden goed verdragen net als droge crackers.
  5. Voldoende slaap (verlaagt de histamine spiegel).
Medicatie

Er zijn verschillende soorten medicijnen die kunnen helpen bij zeeziekte. Deze middelen kennen verschillend bijwerkingen maar belangrijk te weten is dat ze versuffend kunnen werken en kunnen leiden tot duizeligheid, slaperigheid en accomodatiestornissen van de ogen. Scopolamine geeft daarnaast ook een droge mond.

 

Klassieke geneeskunde

Medicatie Dosering volwassen Dosering kind Opmerkingen
Cinnarizine 25–50 mg 0,5–2 uur voor vertrek, zo nodig vervolgens 25 mg elke 6–8 uur. Kinderen 12–18 jaar:

25 mg 0,5–2 uur voor vertrek, zo nodig vervolgens 25 mg elke 6–8 uur.

Vrij verkrijgbaar
Kinderen 5–12 jaar:

12,5 mg (een halve tablet) 0,5–2 uur voor vertrek, zo nodig vervolgens 12,5 mg elke 6–8 uur.

Cyclizide 50 mg 1–2 uur voor vertrek, zo nodig 3×/dag. kinderen > 12 jaar:

50 mg 1–2 uur voor vertrek, zo nodig 3×/dag.

Vrij verkrijgbaar
Kinderen 6–12 jaar:

25 mg 1–2 uur voor vertrek, zo nodig 3×/dag.

Scopolamine De pleister 6–15 uur vóór het begin van een reis op een onbehaarde, droge plek achter het oor vastkleven. Zo nodig kan na 3 dagen opnieuw een pleister achter het andere oor worden aangebracht Via huisarts
Antwerpse reisziekte capsules (Butyl-scopolamine (20 mg), coffeine (100mg) en cinnarizine (20mg)) 30 minuten voor vertrek eerste capsule innemen, na 3-4 uur eventueel 2de capsule. Maximaal 5 capsules per etmaal. oa te bestellen per mail: apotheekdeheyn@kava.be

Raadpleeg voor gebruik eerst je huisarts

 

Homeopathie

Ook hier zijn verschillende middelen beschikbaar (een kleine greep vanaf het internet: Helonias Dioica, Tabacum, Petroleum, Cocculus indicus). Mocht je veel klachten hebben en prefereer je homeopatische middelen boven de reguliere middelen dan kan het zinvol zijn om een klassieke homeopaat te consulteren.

 

 

 

 

Bron:

https://www.farmacotherapeutischkompas.nl

http://robwillemse.nl/homeopathie/artikelen/artikel04_reisziekte.html#.WbFgl8Zx_yg

http://www.watersportalmanak.nl/nieuws/36979-zeeziek-probeer-vitamine-zee