Reset Your Mind

Geplaatst op 23 reactiesGeplaatst in Geen categorie

We zijn een kleine week op pad en zitten er midden in, of beter gezegd, midden op, de Atlantische Oceaan. Gek genoeg breek ik mijn hoofd over hoe ik deze ervaring tot nu toe zou moeten omschrijven. Ik vergelijk de oversteek onwillekeurig met andere uitdagende trips die ik ooit maakte, maar deze tocht haalt het qua gevoel toe nu toe bij geen ervan. Niet met het uitzicht op  de Himalaya en de zwaarte van het Annapurna circuit lopen met als hoogtepunt de Thorong La pass (5416 meter), niet met ongetraind fietsen op een overbeladen tourfiets in de bergen van Vietnam, en voor Kees niet met de ruige woestijntochten op de motor in Marokko en Algerije. De oceaan is met in de eerste week ruim 25 knopen wind en golven van 2,5 tot 3 meter hoog, naast een onbeschrijfelijk “mooie-vulpennen-kleur” blauw ook best heel saai (het is overduidelijk niet het walvissen trekseizoen) en oncomfortabel. We beginnen onze tocht een week eerder vanuit Mindelo. Samen met Coen en Yvonne van de Heavy Metal varen we uit met de zon in de kuip en een flinke backstag wind. Hier tekenen we voor en als we tegen de avond met ons bordje op schoot ons wachtschema bespreken lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Ik ga Marijn zijn bed in helpen, maar eenmaal binnen heeft hij blijkbaar meer last van de schommelende boot dan eerder en spuugt zijn avondeten inclusief melkfles over zijn slaapzak uit. Niets aan de hand, zo verschoond tot ik Kees hoor sputteren in de kuip. De pan met nog een restje eten voor de vissen is in Marijn zijn stoel beland, pech, kan gebeuren. Tijdens het schoonmaken hoor ik Kees opnieuw luidkeels mopperen, hij heeft met zijn voet per ongeluk het contactsleuteltje van de motor afgebroken. Nou goed zeg ik tegen Kees, die het resterende stuk sleutel uit het contact weet los te peuteren, erger dan dit kan het toch niet worden. Niet lang hierna willen we voor de nacht een rif in het grootzeil zetten. Dat is iets wat we samen al zo vaak gedaan hebben dat dit bijna blindelings gaat. Ik stuur de kop in de wind maar doordat we plots veel minder snelheid hebben lukt dat niet goed. Voordat ik terug gestuurd heb zie ik de windmeter al razendsnel terugdraaien. Kees begrijpt niet wat ik aan het doen ben en komt naar de kuip. Ook hij probeert de boot op te sturen, met het zelfde resultaat. We lijken wel onbestuurbaar. We checken of het roer vrij loopt starten de motor en controleren of de schroef anders klinkt. Omdat dit niet het geval is proberen we voorzichtig met wat gas vooruit te komen, niets. Iets meer gas, nada. Een flinke dot gas zorgt dat we kort van de 0 naar de 1.5 knopen lopen terwijl de windmeter stug rondjes blijft draaien. Met de motor in zijn achteruit verplaatsten we ook geen meter. Het lijkt praktisch onmogelijk maar we liggen muur en muurvast ondanks de 4000 meter water onder ons. Het is aardedonker en we kunnen geen kant op. De White Mustang is een speelbal van de deining en de flinke golven die steeds opnieuw als mokerslagen tegen de zijkant beuken en alles wat in de kastjes staat doet rinkelen en doet kletteren. Ik kan al even niet meer rustig nadenken, de zeeziekte die stilletjes op de achtergrond aanwezig was steekt maximaal de kop op en de puts doet goed werk. Ook Kees voelt zich belabberd. Wat nu is de vraag. Iets zien in het water is volstrekt onmogelijk, Kees pookt met een extra lang statief waar mogelijk onder de boot maar stuit nergens op weerstand. Het water ingaan is absoluut geen optie, het is met de golven en niet wetende wat er onder of om ons heen zit te gevaarlijk. De kustwacht of een alarmcentrale bellen lijkt nu ook geen soelaas te bieden. Het is inmiddels 19:30 en tijd voor het SSB netje. We melden de Heavy Metal die een iets noordelijkere koers varen ons probleem en zonder twijfel passen zij hun route aan om dichter bij ons in de buurt te komen. We spreken af een uur later te evalueren en in dit uur kunnen we alleen maar denken aan wat we over het hoofd zien, tegen beter

 weten in de motor nog eens starten, zonder resultaat en voor de zekerheid de bilge controleren of we geen water maken. We moeten vertwijfeld toegeven aan het feit dat we op deze plek nog 13 lange uren moeten doorbrengen voordat de zon op komt. Slapen doet alleen Marijntje die geen last lijkt te hebben van het heen en weer geslingerd worden. In het ochtendgloren draait Kees de GoPro op het 1-beenstatief en filmt de onderkant van de boot. We kijken gespannen op de laptop, de verbazing is groot als we helemaal niets maar dan ook niets raars zien. Het onderwaterschip ziet er volledig gaaf uit, er zit niets vast in het roer of in de schroef. Toch zien we op de kaartplotter, die een track bijhoudt van onze positie, dat we een soort rondje hebben gevaren, we moeten dus echt vast hebben gelegen. We starten de motor, geven gas en we vervolgen onze weg alsof er niets gebeurd is. Het is het werkelijk een raadsel wat ons deze nacht in de greep heeft gehouden, een groot net, een zeecontainer, een dode walvis, een raar stroomgebied? We gaan er niet meer achter komen, maar we zijn weer back on track en hebben nog bijna 1800 mijl te gaan. De dagen hierna volgen zich een na een op zonder heel bijzonder te zijn. Na een dag of 5 hebben we een ritme te pakken wat bevalt en waar Marijntje ook plezier in heeft. Marijn geeft om 6:30 het startschot en na een eerste flesje maken, wat ontbijt en eventueel het bakken van een broodje, relaxen we in de punt tegen de door Marijntje opgestapelde kussens waarbij bijna alle knuffels en boekjes en het meeste speelgoed uit de “kast” wordt bekeken en gebruikt. We kijken gedownload filmpjes, eten een banaantje en doen kietel of verstop spelletjes. Tussendoor draaien we stroom (we komen met de stuurautomaat die non stop aan staat stroom te kort ondanks de zonnepanelen en de windmolen), laten de watermaker draaien, Kees loopt inspectierondjes op dek en doet verwoede pogingen de windvaan aan de praat te krijgen zonder enig succes. Op proef kijken we of het lukt Marijn wakker te houden tot het begin van de middag en na een vroege lunch (brood of pannenkoeken) 2 tot 3 uur te laten slapen en beter werkt dan de 2 slaapjes die hij tot voor kort deed. Dit is voor ons ook het moment om even bij te komen van de gebroken nacht en de ochtend entertainen en bezig zijn. Om 14:00 uur UTC kijken we uit naar het “netje” over de SSB zender met de Heavy Metal en ook de Elisabeth die een dag eerder vanuit Gambia zijn vertrokken en onderweg zijn naar Suriname. Als in de middag Marijntje wakker wordt is het tijd voor een badje in de kuip. Het mannetje zit onder de jeukende (warmte) uitslag en zweet zich een hoedje. Calendulan emulsie (VSM) eigenlijk tegen jeuk van waterpokken lijkt te helpen en de combi met luier in de slaapzak verruilen voor slapen in een katoenen romper doet ook wonderen. De dagen dat er weinig wier in het water is, probeert Kees op deze momenten zijn hengel uit, en hoewel we bij vertrek al hoorden dat de Summerwind een zwaardvis van 2 meter heeft weten te vangen en de Heavy Metal ook kan melden dat ze heerlijk aan het smullen zijn van de enorm grote Mahi Mahi zwemmen er achter onze boot blijkbaar alleen hele slimme vissen die niet bijten. We proberen a la de Bojangles nog lokaas te maken van een lege tube tandpasta maar ook dat is tevergeefse moeite. Na het badderen en golfjes kijken is het vaak alweer tijd om het avond eten voor te breiden. Veel verse groente konden we niet vinden in Mindelo, dus we spreken nu eindelijk en met redelijk succes de blik voorraad aan. 19:30 UTC is het alweer tijd voor het tweede netje, de afwas en nog even spelen met de kleine man die daarna zijn bed in gaat. Het inslapen kost Marijn met alles wat er om hem heen gebeurd midden in de kajuit wel wat meer moeite maar het lukt Kees steeds met veel geduld Marijn in slaap te sussen. In de nachten draaien we om de 3 uur een wacht. We maken een tweede slaapplek van de kussen 

van de bank die we klem leggen op de grond omdat het zeker in de eerste week door de donkere nachten (met overigens prachtige sterrenhemels) en flinke schuivers buiten zitten niet gaat. Eenmaal een aantal dagen op de oceaan schuiven we het alarm van 30 minuten door naar een uur, wat de nacht doorkomen weer een stukje aangenamer maakt. Natuurlijk zijn er tussen al die redelijk eentonige dagen ook speciale dagen, we juichen in de kuip als we halverwege zijn, en juichen nog harder als we het aantal te zeilen dagen vanaf 3 kunnen aftellen. We ervaren het als een feestje als het gelukt is een heerlijk vers broodje te bakken en op dag 11 is het mooiste moment dat de Elisabeth met wie we ruim een half jaar geleden toevallig tegelijk in Engeland aankwamen op deze grote oceaan niet meer dan 20 mijl voor ons langs blijkt te zijn gevaren. Fijn is het ook dat het langzaam aan rustiger wordt aan boord, het is na een dag of 9 eindelijk heerlijk om buiten te zitten. In de uurtjes dat Marijn slaapt is er volop tijd om je gedachten te laten gaan of in Kees zijn geval, los te komen van gedachten die eerder maar bleven gaan. De eindeloze golven en de traagheid van dit bestaan resetten your mind. Ik denk aan alle lieve berichtjes van vrienden die plaatsvervangend opgewonden zijn omdat het nu eindelijk zover is en kijk om me heen en kan toch niet anders concluderen dat we met een niet al te grote boot op een immens grote blauwe golvende vlakte zitten, waar we inmiddels wel stil van worden maar de euforie blijft nog uit. En dan weet ik het, deze tocht is nog het best te vergelijken met een zwangerschap. Iedereen om je heen drukt je op het hart te genieten van dit unieke moment, maar hoewel ik echt veel mooie herinneringen koester aan mijn eigen zwangerschap was het anderzijds net als met deze reis toch ook een kwestie van de rit geduldig uitzitten. Met in het eerste trimester de misselijkheid, vemoeidheid en de lamlendigheid. Een tweede trimester waarin alles wel weer zijn gangetje gaat, maar het toch net even anders is dan anders en naarmate het einde van het laatste trimester in zicht komt, je eigenlijk maar een ding wilt, dat het erop zit. De oversteek van ruim 2 weken is een kwestie van volharden, there’s no way back. Maandag 29 januari schreeuwt Kees vroeg in de ochtend “land in zicht” en zien we de vuurtoren van Ile Royale, een van de drie onbewoonde eilandjes voor de kust van Frans Guyana. We hebben beiden tranen in de ogen en zijn intens blij onze tocht zonder kleerscheuren te hebben volbracht. Eenmaal voor anker omringd door palmbomen en tropische warmte, zien we aapjes over land lopen en komt een zeeschildpadje nieuwsgierig polshoogte nemen rond de boot. Naarmate de dagen die we hier op deze bijzondere eilanden verstrijken realiseren we ons iets meer dat het best een hele prestatie is geweest ons transatlantisch avontuur en kleurt ons geheugen het geheel steeds wat positiever. In zestien dagen 1840 mijl varen in een zeilboot van 10,5 meter met een kereltje van 1,5 jaar…okey volgens mij mogen we daar ook best een beetje trots op zijn. We komen de dagen hier door met wandelen op de eilanden waar je onder andere de restanten van de lugubere gevangenis die hier tot 1956 in gebruik was kunt bezoeken (bekend van de film Papillon), douchen in een tropische stortbui, plonsen in het water van 27 graden, luieren in de hangmat en heerlijk “zwemmen” in een Oceanic Pool (tip van de Bojangles). 1 februari is onze voorraad water en het eten tot een minimum geslonken wat betekend dat we ons moeten klaar maken voor een tweedaagse tocht richting de bewoonde wereld, in ons geval Suriname. We hebben er zin!

Atlantic Crossing