Het roer gaat om !

Geplaatst op 3 reactiesGeplaatst in Geen categorie

Met de Marifoon roepen we kanaal 12, Fort Nassau op met het verzoek de De Koningin Emmabrug te openen. Als de toegangspoort tot Willemstad, the swinging old lady beter bekend als Pontjesbrug vrijwel direct opent juichen we allebei in de kuip vanwege de perfecte timing en sta ik even later met tranen in mijn ogen als we langs de fel gekleurde monumentale pandjes de rivier opvaren die Punda en Otrobanda hier op Curacao scheidt. De ontlading zit hem niet in de afstand die we gezeild hebben, het is vanaf het Spaanse water slechts een klein uurtje varen. Het zit hem meer in een hardnekkige diesellekkage waardoor we dit uur met samengeknepen billen hebben gevaren. Nee niet wat drupjes hier en daar, maar liters diesel lopen het motorruim in door de gescheurde aanvoerleiding net na het filterhuis. Vanaf Carriacou proberen we het lek al te dichten (solderen, kleefpasta, lijm “geleend” van de Vagebond) maar bij aankomst op het Spaanse water blijkt dat ook de laatste reparatie poging tevergeefs is geweest. We zijn dus op weg naar de Curacao Marine om dit euvel bij de Yanmar dealer te laten verhelpen. Dat en om de boot hier op de kant te zetten en om hem verkoop klaar te maken.Watskeburt zul je denken, want hoewel we er nog niets over geschreven hebben was het heerlijk genieten op de vele tropische eilandjes die we tussentijds aandeden. Genieten van de de luie wittezandstranddagen, het snorkelen, van de zeeschildpadden gedag zwaaien vanuit de kuip of van zomaar even het kraakheldere en handwarme water in springen om wat af te koelen. Van kreeft eten op de Tobago Cays met de Elisabeth of de Heavy Metal en de dagen dat we met een auto een eiland verkennen of een shore dive maken en barbecuen op een strandje met Hans en Roos van de de Vagebond.  Maar vooral van alle keren dat we Marijntje over het strand zien rennen, zien “zwemmen” en zien spelen met emmertjes zand, water en steentjes. Het lijkt paradise en who needs more, zou je zeggen, maar misschien genieten we intenser omdat we na lang wikken en wegen de knoop hebben doorgehakt definitief te zullen stoppen met ons 

zeilavontuur. Want met het orkaanseizoen voor de deur moet je plannen maken, of je wilt of niet. Waar ga je heen, wat ga je (in de tussentijd) doen. Het Spaanse water op, de hoek van Panama in, overland rondreizen in Zuid Amerika. Uiteindelijk blijkt zoals zo vaak dat een mind change in combinatie met een aantal “toevalligheden” kan leiden tot een wonderlijke aanpassing van bestaande plannen. Voor vertrek maar ook tijdens onze reis hebben we het vaak gehad over werken onderweg. De vertrekkerswereld is een fijne wereld, klein, eerlijk en overzichtelijk. Het leven kabbelt voort en de invulling van een dag aan boord is anders dan die van medische specialist in een ziekenhuis. Nadenken over serie of juist paralel geschakelde accu’s die ondanks een onbewolkte lucht niet willen laden bijvoorbeeld, is tijdens een oversteek aardig en essentieel maar haalt het qua uitdaging toch niet bij een gemiddelde patiënten casus. Ondanks alle vrijheid, het avontuur en de tijd samen met Marijn en Kees zou ik dus wel weer graag aan het werk willen! Dat en de wens meer ruimte te hebben. Het zal de trouwe lezer niet zijn ontgaan dat de woorden, klein en kamperen regelmatig zijn langsgekomen in de voorgaande blogs. Hoewel de boot zich onder alle omstandigheden technisch prima houdt en comfortabeler is dan tevoren gedacht, is en blijft hij slechts 10,5 meter lang. Ik weet het, op een bootje is de rest van de wereld je achtertuin, dat waren mijn eigen woorden, maar eerlijk is eerlijk het maakt misschien niet zoveel uit hoe groot je bootje is qua uitzicht of qua comfort onderweg, het maakt wel uit als je de boot opgeruimd en leefbaar wilt houden en of je een bijna 2 jarige peuter aan boord hebt die wil (en moet kunnen) rennen, (s)lopen, spingen, dansen en draaien. Het verschil om Marijn aan land vrolijk in de weer te zien of binnen gefrustreerd naar zijn hoofd zien grijpen als hij met het heen en weer lopen tussen de trap en de tafel (3 peuter stapjes) weer zijn hoofd heeft gestoten doet ons beiden pijn in ons hart en geeft voor Kees in Grenada de doorslag dat Curacao ons eindstation met de White Mustang is.

Een raar idee en beiden voelen we dat we nog niet uitgekeken zijn in de Carieb, daarvoor genieten  we teveel van het eiland leven, de zon, de mensen en ontspannen leefstijl. Kortom de ideale combinatie zou dus zijn als ik in de Carieb zou kunnen dokteren. En zoals wel vaker met dingen die je hardop wenst wil het toeval, dat ze op Aruba een vasculair internist voor langere tijd zoeken. Een buitengewoon mooie kans die we met beiden handen aangrijpen. Het wordt een drukke, spannende en intensieve tijd de komende maanden waarbij de boot verkoop klaar moet worden gemaakt, we even terug zijn in Nederland en de 2de verjaardag van Marijn vieren om vervolgens terug te vliegen naar Aruba waar ik in eerste instantie 4 weken proef zal draaien en officieel ga solliciteren in het Dr. Horacio Oduber Hospital. De plannen voor daarna die volgen vanzelf maar ik droom al van kunnen werken als internist, een fijn huis om in te wonen, zon zekere weekenden en de no stress eiland mentaliteit. Van Marijn die plezier gaat maken op een crèche en kindjes in de buurt zal hebben om mee te leren spelen en van Kees die naast zijn papa dagen gaat leren kitesurfen en wrak duiken. Het mooie is dat Aruba net om de hoek ligt van bijvoorbeeld Panama en Colombia en daarmee een geweldige uitvalbasis is van veel mooie “reguliere” vakanties. We sluiten een prachtige periode van samen zeilen straks af zonder spijt en overtuigd dat dit het beste is voor ons drieën. We hebben genoten van ons avontuur en zijn dankbaar voor al het onbetaalbare moois dat we voor het loslaten van ons oude leven terug hebben gekregen. Tegelijk kijken we uit naar alweer een nieuw leven, in een ander land met een overvloed aan nieuwe plannen en uitdagingen. Ruim voldoende denken we om jullie op de hoogte te kunnen houden.

Dreadlock Holiday

Neem een geit (aan boord), gastblog Hanneke

Geplaatst op 5 reactiesGeplaatst in Geen categorie

Zo nu en dan bediscussiëren Kees en ik hoe het (vooral) in theorie zou kunnen zijn om op onze weinig vierkante meters tellende en praktisch ingerichte boot ook nog een gast te herbergen. Twee weken terug hebben we dit proefondervindelijk mogen ervaren. Mijn goede vriendin Hanneke “offerde zich op” om als zeilfanaat en niet onder de indruk van de beperking in leefruimte, 10 dagen onze eerste meezeilende gast te zijn. Thuis werd een “help Sytse de dagen dat Hanneke weg is en alleen voor de kinderen moet zorgen door” noodplan gemaakt en op 7 maart mochten wij haar na een lange vlucht op het vliegveld van Grenada welkom heten. Daar stond ze dan blij te zijn met dat de vliegreis erop zat, ze ons na lange tijd weer zag en (nadat ze enkele dagen voor vertrek nog op de schaatsen had gestaan) met de zon en mooi weer garantie. Naast haar een immens grote en loodzware zeiltas vol met verrassingen (waarvoor hartelijk dank Hanneke, oud collega’s en poli interne!) en onze wenslijst die door de firma bol.com in de weken ervoor bij haar werd bezorgd. Hieronder haar verhaal!

 

Neem een geit (aan boord)

Bij vertrek uit IJmuiden inmiddels 8 maanden geleden beloofde ik Majida, Kees en Marijn langs te komen op hun reis. Mijn oorspronkelijke plan eenvoudig een weekje appartement met zwembad op een Canarisch eiland voor het hele gezin evolueerde naar 12 dagen weg zonder (eigen) kinderen waarvan 10 aan boord van de White Mustang al rond het Caribische eiland Grenada zeilend. Tot dan toe overigens nog nooit van gehoord. Met praktisch het maximum aan koffergewicht (waaronder ook wat kleding voor mijzelf) werd ik letterlijk en figuurlijk warm onthaald door het zeilend gezin. Kees is wat kilo’s verloren onderweg, Majida haar kapsel is grotendeels hersteld van een kapster met tondeuse op La Gomera en Marijn is de attractie van het eiland, waar je ook komt met zijn blonde krullen en blauwe ogen. Zelf waardeert hij al die aandacht niet zo, maar iedereen die we tegen komen, begint een gesprek met hem; eigenlijk altijd over blonde krullen. In mijn koffer een verscheidenheid aan voorwerpen: een nieuwe garderobe voor Marijn, een nieuwe simkaart voor Kees waarvan pijnlijk duidelijk wordt dat die niet in het buitenland te activeren is, nieuwe snoertjes voor de SSB-zender en mijn verrassing: een heuse (opvouwbaar en lichtgewicht) driewieler voor Marijntje. Daar heeft de kleine man meteen zo veel lol in dat hij ’s avonds stiekem zijn bedje uit kruipt en, tot Kees’ opperste verbazing, er mee door de kajuit fietst. We hebben De Tobago Cays ten doel gesteld, een luttele 50 mijl vanaf Grenada om te snorkelen bij “het witte zandstrand met palmbomen...” Drie dagen op rij proberen we de eerste tocht richting Carriacou te volbrengen, maar…bij poging één breekt de ketting tussen stuurwiel en roerblad en raken we stuurloos binnen 50 meter afstand van de steiger. Een hele klus om weer te repareren die Kees klaart terwijl wij ons vermaken in het zwembad van de haven met uitzicht op een aantal superyachts. Poging twee strandt op de golfslag en harde tegenwind zodra we uit de luwte van Grenada komen. Blijkbaar ben ik aanwezig bij de eerste tegenwind op hun tocht: het rondje Atlantische Oceaan is een populaire route vanwege de grotendeels meewind. 

Maar ik stap aan boord en de wind is te hard en uit de verkeerde richting: eigenlijk net zoals mijn eigen zeiltochten in Zeeland, alleen wel veel lekkerder warm. We overnachten in de baai voor Gouyave  en verslepen ’s avonds een mooring die niet vast blijkt te liggen en maken het nog wat erger door ook een visnet mee te slepen en besluiten daarop in het pikkedonker alsnog het anker uit te gooien wat vervolgens prima houdt. Kees verlangt de volgende ochtend wel naar zijn nieuwe ankerlier (de oude heeft het op de Surinamerivier begeven) nadat hij zo’n 50 meter ketting op de hand heeft binnen moeten halen. We geven het niet zo maar op en poging drie start voor zonsopkomst met de hoop dat de wind dan wat rustiger is; drie uur later weten we dat dat vergeefse hoop is. We keren de boeg naar het zuiden en zeilen met windvlagen tot wel 30 knopen over het dek naar de Grand Ans baai waar ook Marijn in zijn zwemvestje bij de boot gaat zwemmen. Een succes! Ons volgend doel wordt de Zuidkust; Grenada heeft daar veel meer baaien waar we beschermd zijn tegen de golfslag met uitzicht op rotsen met groen en villa’s. Een makelaarsgids op het vliegveld leert mij later dat we uitkeken op een villa van 16 miljoen Amerikaanse dollars waarbij de steiger ook kan dienen als helikopterplatform. Heel praktisch, dat dan weer wel. In de Hartmans Bay liggen de moorings wel vast, zodat het anker aan boord kan blijven. We liggen tussen voornamelijk Amerikanen en Canadezen die aan de begroeiing op het onderwaterschip van hun boten te zien al heel lang niet meer op zee zijn geweest. Zo brengen ze hun pensioen door in de warme Caribische zon. De wind waait stevig door en ter afwisseling van de boot huren we een auto en rijden het eiland over. De eerste stop is het politiebureau waar Kees een lokaal rijbewijs moet ophalen. Ter weet: mochten we in de bak belanden dan zouden we eten geserveerd krijgen, maar eten laten brengen door familie of vrienden is ook goed. Het zal dan wel gecontroleerd worden op gereedschap om te ontsnappen. We zien er voor nu van af. Onder regelmatige aanmoediging vooral links te blijven rijden op de tweebaansweg rijden we langs de Westkust naar een waterval. Daar treffen we toevallig een gids die ons wil begeleiden. Het is een leuke klauterroute en de gids vertelt honderd uit terwijl hij laat zien hoe een cacaoboon en laurier hier groeit. De papaya die we plukken, smaakt drie dagen later heerlijk. Met de auto stoppen we voor een late lunch nog even bij een baai met wit zandstrand en palmbomen. Een auto heeft zo z’n voordelen t.o.v. een boot. Daarna volgen twee heerlijke dagen in een baaitje verderop (Hog’s Island); we liggen op 80 meter afstand van een ’s nachts verlaten wit zandstrand. In de ochtend varen of zwemmen wij ernaartoe, hangen de hangmat op en bouwen zandkastelen. Rond het middaguur varen er twee grote catamarans het strand op met cruisebootgasten die ook komen zwemmen en kreeft van de barbecue als lunch geserveerd krijgen. Kees regelt nog even snel dat op onze tweede dag ook wij kunnen aanschuiven voor een heerlijke lunch! De terugtocht naar de hoofdstad gaat grotendeels met wind in de rug; nog steeds ruim 20 knopen. We komen een drijvend wrak van een vrachtschip tegen. Dat lag eerder veel noordelijker en ook in de haven is men overtuigd; het ding hangt aan een los anker en drijft zo stuurloos en vooral onverlicht de zee op. Waar zal dat schip letterlijk stranden…?

Maar waarom nou die geit aan boord als titel van deze gastblog? In het boek “Neem een geit” van Claudia de Breij klaagt een man over zijn volle te kleine huis voor zijn gezin. Hij krijgt het advies een geit te nemen en volgt dat op. Dan klaagt hij daarna dat het huis nu nóg kleiner en voller is geworden waarop het advies is om die geit dan ook weg te doen. Na vertrek van de geit blijkt het huis inderdaad minder vol en klein te zijn. De White Mustang is met 10,5 meter lengte een kleine boot in de haven. Een kleine boot voor een dergelijke tocht waar de bemanning regelmatig tegen aan loopt. Hoe stoer dat ze het toch redden met elkaar! Met mijn komst werd de kajuit nog voller en nu ik vertrokken ben, hoop ik op toch een wat ruimer gevoel aan boord. Deze (hele lieve red.) geit heeft een heerlijke tijd gehad, maar is zelf ook blij weer naar haar eigen kindertjes te gaan. Van 30 graden op Grenada naar sneeuw op het vliegveld in Londen is een wat gortig verschil. Mijn bikini gaat het voorlopig niet zo druk krijgen als aan boord van de White Mustang. Ik laat het woord nu weer aan Kees, Majida en Marijn, om te beslissen waar de tocht verder naar toe gaat met alle uitdagingen en avonturen die daarbij horen. Het was mij een genoegen te proeven van de sfeer en ik spreek waarschijnlijk namens velen dat ze bij terugkeer warm zullen worden onthaald! Zonder sneeuw. 

 

Het mag duidelijk zijn, onze meezeilende gast was een unieke en geslaagde ervaring. Dat het zeilende leven meer is dan vakantie en dat een zeilavontuur niet maakbaar is maar onder andere afhangt van de weersomstandigheden dat weet Hanneke gelukkig als geen ander. Dat we zoveel pech binnen een paar dagen konden hebben dat was niet alleen voor haar maar ook voor ons een verrassing. Het was heel fijn juist nu een paar extra handen met zeil en moederkennis aan boord te hebben. En ja nu Hanneke weer lekker thuis bij Syste en de kindjes is, is er zeker meer ruimte aan boord, hoewel dat laatste vooral te maken heeft met die enorm grote tas die ze voor ons bij zich had en niet zozeer met de persoon in kwestie. De keerzijde van zo’n gezellig bezoek van bijna 2 weken is dat het ’t gemis van alle lieve vrienden en familie in Nederland versterkt, daar helpt geen enkel Bounty Island tegen. Inmiddels zijn we al weer ruim een week ons eigen kleine gezinnetje, met onze dagelijkse beslommerinkjes eigenlijk net zoals thuis maar dan met een uitzicht dat meer tot de verbeeldingen spreekt. We kunnen bevestigen dat er ook minder dan 25 tot 30 knopen wind om en rond Grenada mogelijk is nu we voor Saline Island (ten zuiden van Cariacou) voor anker liggen. Meer nieuws en (bewegende) beelden van dit hemelse plekje zijn al in de maak.

Suriname & Tobago- It’s Just The Way It Is

Geplaatst op 3 reactiesGeplaatst in Geen categorie

We moeten er uitzien als twee wel heel zielige verzopen katjes want Kees zegt na breker nummer 2 midden in de kuip: genoeg, we gaan terug, we doen dit toch zeker voor onze lol! We draaien de boot, ik trek Marijn zijn laatste droge kleren aan en na 45 minuten liggen we weer in de baai van Iles du Salut (Frans Guyana). De bemanning van de Kaya komt aangeroeid en concluderen terecht zonder nog een woord te hebben uitgewisseld dat vandaag niet de beste dag was om te vertrekken. Hoewel het een berucht stukje varen is, de baai uit en langs de eilanden omhoog richting de 20 meter dieptelijn om de stroom op te pikken, was vandaag tussen alle squalls en golven van ruim 2,5 meter van voren en opzij net een brug te ver. Probleem is alleen dat we echt wel door onze voorraad heen zijn en qua eten valt er nog best wat te verzinnen maar het water is zo goed als op, het water kost hier bijna 5 euro per fles en we schatten in dat de filters van de watermaker het niet al te lang zullen volhouden in dit mooie groene maar niet heldere water. De volgende dag starten we met frisse moed een tweede poging zeezeilen met stroom mee die ons in een dag of 2 in Domburg, Suriname moet gaan brengen. Ditmaal hebben we meer geluk en binnen een mum van tijd laten we de eilanden achter ons. We varen door de stroming en met een mooie backstag wind ruim 7 knopen, zonnetje erbij en genieten maar. We zetten een recordtijd neer, 156 mijl, wat dagafstand betreft maar vergissen ons erg als we denken in dit tempo door te kunnen varen richting onze eindbestemming. Het liefst lopen we onze nieuwe ankerplek in daglicht aan, maar al ver voor de riviermonding loopt onze snelheid terug en zien we de tijd van aankomst oplopen. Ondanks dat het qua berekening laag water is als we richting de Suriname rivier varen en de stroom zou moeten kenteren lijken we juist stroom tegen te hebben, iets wat 3 uur duurt en hoort bij de Suriname rivier blijkt achteraf. We genieten van het uitzicht links en rechts en het is nog net licht als we het haventje in Domburg bereiken. Aan de kant wordt er vanuit  “het clubhuis” River Breeze al volop gezwaaid door tenminste de Elisabeth en de Summerwind. Voor we het weten zijn Casper en Floor al in hun bootje gesprongen en Peter komt er achteraan om ons op te halen voor een warm onthaal en een lekker Surinaams hapje eten. We leren Netty kennen die de haven runt en voor de volgende dag een auto en chauffeur regelt voor het inklaren, een klusje waar je anders minstens 2 dagen zoet mee bent. Marijntje wordt vol enthousiasme ontvangen door de meisjes achter de bar en in de keuken die hem het liefst de hele dag zouden willen knuffelen, terwijl hij daar tegenwoordig niet meer zo van is. Nee Marijn stapt liever vrolijk in het rond of spettert er lekker op los in het zwembad. Een voorstelling van Suriname had ik niet echt, raar misschien omdat je best veel mensen van Surinaamse afkomst kent. Het is een land met een prachtige natuur, wilde dieren en een heel lieve en hartelijke bevolking. Toch bekruipt je het gevoel dat de meeste mensen zich erbij neergelegd hebben (of afgeleerd hebben anders te willen) te moeten dienen onder het dictatoriale regime van Bouterse.

Een leider die zolang hij kan aan de macht zal blijven door het omkopen van stemmen door internet zendmasten en goede wegen te beloven aan de captains van de kleine jungledorpen en voor eigen gewin met de Chinezen deals sluit waar de staatskas van leeg loopt en het land en zijn inwoners geen steek beter van worden. Toch horen we de mensen hier nauwelijks hun beklag doen. Echt alles is voor een appel en een ei te koop door de enorme inflatie die de armoede versterkt. Maar hier haalt men de schouders op en zegt, gelukkig hoeft niemand hier honger te leiden. Over Bouterse gesproken, bij een bezoek aan Paramaribo hoort een bezoek aan Fort Zeelandia. Met uitzicht op de rivier waar we enkele dagen tevoren onbevangen vaarden kijken we nu diep onder de indruk en met kippenvel naar het gedenkteken van de vrijheidsstrijder die met de decembermoorden op precies deze plaats werden gefusilleerd. Alle keren hierop dat we langs varen over de Suriname rivier voel ik steeds die knoop in mijn maag weer en is het minder open-minded dan de dag van aankomst. Na een kleine week vatten we het plan samen met de Summerwind en de Elisabeth de Commewijne en Cotticarivier op te varen. Het wordt een bijzonder en gezellig tochtje van Frederiksdorp tot aan Wanhatti. Het zijn dagen waarop het tij ons ritme bepaald en we steeds verder afvaren van de Nederlandse clan de afgelegen jungle in. Het is mooi om gedrieën “achter”  1 anker voor en 1 anker achter te liggen en te eten of borrelen onder de door Floor van bruidstule gemaakte klamboetent-voor-over-de-kuip terwijl je de apen op een paar meter afstand in de bomen hoort brullen. Terwijl de verwachtingen hoog gespannen zijn, de bemanning van de Incentive zag op hun tocht tenslotte onder andere een luiaard en kaaimannen, moeten wij het doen met de insecten die hier in mega-grootte rondvliegen, behalve de muggen dan die compenseren hun kleine bijna niet zichtbare gestalte omgekeerd evenredig met hun aantal. Verder gaan alle spannende of bezienswaardige dieren aan ons voorbij, maar de Summerwind alias de Freek Vonk boot streept de (rivier)dolfijn, de pelikaan en de anaconda langs de boot weg en zetten uiterst koelbloedig een slang, kikker, piranha, een zwaluwpaartje met nesteldrang en een vogelspin overboord. Na twee dagen Frederiksdorp (zwembadje, leuk restaurantje) op de terugweg beslissen we in afwachting van een gunstig weergaatje richting Tobago weer naar Domburg te varen. Dat weergaatje laat nog even op zich wachten, met halve wind en golven van opzij is het toch aangenaam als de golven een beetje onder de 2,5 meter blijven. We relaxen dus verder op die snelstromende bruine rivier en combineren een bezoek aan Paramaribo om uit te klaren met boodschappen doen bij de Tulip (een Europees georiënteerde supermarkt met onder andere drop) en de centrale markt (ook als je geen groente of fruit nodig hebt een bezoekje waard). We eten eindelijk roti met Casper en Floor zoals we in Mindelo hadden afgesproken en maken ons zondag 25 februari klaar voor een prachtig 3 daags tochtje richting Tobago. We leggen met de stroming waar we optimaal 

van profiteren 335 mijl af in 2 dagen, weer een nieuw record. Het blijft ons verbazen hoe goed ons bootje zich houdt en ondanks al het gefoeter over ruimtegebrek en het moeten kamperen onderweg is Kees toch ook wel heel trots dat de White Mustang zo lekker loopt. Met een puntje Genua op en met een wijde bocht om de noordelijke rotspartijen heen waar de stroming lokaal kan oplopen tot 4 knopen komen we met zonsopkomst aan in wat ook het Paradijs zou kunnen zijn. Een prachtige zonovergoten en met (palm)bomen omzoomde baai met helder blauw turquoise water, vrolijk gekleurde vissersbootjes met bamboe hengels  waar hordes pelikanen de wacht op houden. Reggae muziek op de achtergrond, hier is waar we het allemaal voor hebben gedaan. We genieten van de lome uitstraling in het aanliggende dorpje Charlotteville en worden geconfronteerd met onze westerse manier van denken bij het inklaren. Tja hoe leg je de jongste lezers uit wat carbonpapier is en waarom je dat nodig hebt terwijl je ook een kopieer machine hebt en dan laten we het ongebruikt laten van computers en internet maar even achterwege. Tip, neem de tijd, dat doet de Tobagiaan ook, zeker als ze bij immigration werken, neem een waterdichte tas met droge kleding en schoenen mee, de landing op het smalle strandje gaat zelden zonder nat pak en leg je dinghy vast op de kade of aan de jetty met een hekanker. Met de inmiddels 5 Nederlandse boten in de baai organiseren we een lekkere en vooral erg gezellige strand BBQ, we huren een auto met de Summerwind en toeren opzoek naar een prepaid kaart (bmobile, onbeperkt prepaid kaartje!) in Scarborough, over dit groene eiland van het ene naar het andere spectaculaire uitzicht op een baai. Na een dagje ontspannen en zwemmen rond de boot eindigen we met een wandeling boven Pirates Bay langs met een geweldig zicht op de baai en onze zeilbootjes. Het voelt een beetje onwennig om na weken, met onder ander Casper en Floor te zijn opgetrokken, vanavond het anker op te halen en alleen door te varen. Het kan niet anders iedereen heeft zijn eigen schema, planning of lijstje, ook steeds weer afscheid nemen hoort bij lange reizen maken. Maar in dit geval denk ik dat we met een beetje geluk over een paar weken met elkaar zullen snorkelen in een fantastisch baaitje op de Grenadines. In de tussentijd kijken wij met heel veel plezier vooruit naar 7 maart wanneer we Hanneke welkom zullen heten aan boord. So, Grenada here we come!

Van Frederiksdorp naar Wanhatti- River Safari

Reset Your Mind

Geplaatst op 23 reactiesGeplaatst in Geen categorie

We zijn een kleine week op pad en zitten er midden in, of beter gezegd, midden op, de Atlantische Oceaan. Gek genoeg breek ik mijn hoofd over hoe ik deze ervaring tot nu toe zou moeten omschrijven. Ik vergelijk de oversteek onwillekeurig met andere uitdagende trips die ik ooit maakte, maar deze tocht haalt het qua gevoel toe nu toe bij geen ervan. Niet met het uitzicht op  de Himalaya en de zwaarte van het Annapurna circuit lopen met als hoogtepunt de Thorong La pass (5416 meter), niet met ongetraind fietsen op een overbeladen tourfiets in de bergen van Vietnam, en voor Kees niet met de ruige woestijntochten op de motor in Marokko en Algerije. De oceaan is met in de eerste week ruim 25 knopen wind en golven van 2,5 tot 3 meter hoog, naast een onbeschrijfelijk “mooie-vulpennen-kleur” blauw ook best heel saai (het is overduidelijk niet het walvissen trekseizoen) en oncomfortabel. We beginnen onze tocht een week eerder vanuit Mindelo. Samen met Coen en Yvonne van de Heavy Metal varen we uit met de zon in de kuip en een flinke backstag wind. Hier tekenen we voor en als we tegen de avond met ons bordje op schoot ons wachtschema bespreken lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Ik ga Marijn zijn bed in helpen, maar eenmaal binnen heeft hij blijkbaar meer last van de schommelende boot dan eerder en spuugt zijn avondeten inclusief melkfles over zijn slaapzak uit. Niets aan de hand, zo verschoond tot ik Kees hoor sputteren in de kuip. De pan met nog een restje eten voor de vissen is in Marijn zijn stoel beland, pech, kan gebeuren. Tijdens het schoonmaken hoor ik Kees opnieuw luidkeels mopperen, hij heeft met zijn voet per ongeluk het contactsleuteltje van de motor afgebroken. Nou goed zeg ik tegen Kees, die het resterende stuk sleutel uit het contact weet los te peuteren, erger dan dit kan het toch niet worden. Niet lang hierna willen we voor de nacht een rif in het grootzeil zetten. Dat is iets wat we samen al zo vaak gedaan hebben dat dit bijna blindelings gaat. Ik stuur de kop in de wind maar doordat we plots veel minder snelheid hebben lukt dat niet goed. Voordat ik terug gestuurd heb zie ik de windmeter al razendsnel terugdraaien. Kees begrijpt niet wat ik aan het doen ben en komt naar de kuip. Ook hij probeert de boot op te sturen, met het zelfde resultaat. We lijken wel onbestuurbaar. We checken of het roer vrij loopt starten de motor en controleren of de schroef anders klinkt. Omdat dit niet het geval is proberen we voorzichtig met wat gas vooruit te komen, niets. Iets meer gas, nada. Een flinke dot gas zorgt dat we kort van de 0 naar de 1.5 knopen lopen terwijl de windmeter stug rondjes blijft draaien. Met de motor in zijn achteruit verplaatsten we ook geen meter. Het lijkt praktisch onmogelijk maar we liggen muur en muurvast ondanks de 4000 meter water onder ons. Het is aardedonker en we kunnen geen kant op. De White Mustang is een speelbal van de deining en de flinke golven die steeds opnieuw als mokerslagen tegen de zijkant beuken en alles wat in de kastjes staat doet rinkelen en doet kletteren. Ik kan al even niet meer rustig nadenken, de zeeziekte die stilletjes op de achtergrond aanwezig was steekt maximaal de kop op en de puts doet goed werk. Ook Kees voelt zich belabberd. Wat nu is de vraag. Iets zien in het water is volstrekt onmogelijk, Kees pookt met een extra lang statief waar mogelijk onder de boot maar stuit nergens op weerstand. Het water ingaan is absoluut geen optie, het is met de golven en niet wetende wat er onder of om ons heen zit te gevaarlijk. De kustwacht of een alarmcentrale bellen lijkt nu ook geen soelaas te bieden. Het is inmiddels 19:30 en tijd voor het SSB netje. We melden de Heavy Metal die een iets noordelijkere koers varen ons probleem en zonder twijfel passen zij hun route aan om dichter bij ons in de buurt te komen. We spreken af een uur later te evalueren en in dit uur kunnen we alleen maar denken aan wat we over het hoofd zien, tegen beter

 weten in de motor nog eens starten, zonder resultaat en voor de zekerheid de bilge controleren of we geen water maken. We moeten vertwijfeld toegeven aan het feit dat we op deze plek nog 13 lange uren moeten doorbrengen voordat de zon op komt. Slapen doet alleen Marijntje die geen last lijkt te hebben van het heen en weer geslingerd worden. In het ochtendgloren draait Kees de GoPro op het 1-beenstatief en filmt de onderkant van de boot. We kijken gespannen op de laptop, de verbazing is groot als we helemaal niets maar dan ook niets raars zien. Het onderwaterschip ziet er volledig gaaf uit, er zit niets vast in het roer of in de schroef. Toch zien we op de kaartplotter, die een track bijhoudt van onze positie, dat we een soort rondje hebben gevaren, we moeten dus echt vast hebben gelegen. We starten de motor, geven gas en we vervolgen onze weg alsof er niets gebeurd is. Het is het werkelijk een raadsel wat ons deze nacht in de greep heeft gehouden, een groot net, een zeecontainer, een dode walvis, een raar stroomgebied? We gaan er niet meer achter komen, maar we zijn weer back on track en hebben nog bijna 1800 mijl te gaan. De dagen hierna volgen zich een na een op zonder heel bijzonder te zijn. Na een dag of 5 hebben we een ritme te pakken wat bevalt en waar Marijntje ook plezier in heeft. Marijn geeft om 6:30 het startschot en na een eerste flesje maken, wat ontbijt en eventueel het bakken van een broodje, relaxen we in de punt tegen de door Marijntje opgestapelde kussens waarbij bijna alle knuffels en boekjes en het meeste speelgoed uit de “kast” wordt bekeken en gebruikt. We kijken gedownload filmpjes, eten een banaantje en doen kietel of verstop spelletjes. Tussendoor draaien we stroom (we komen met de stuurautomaat die non stop aan staat stroom te kort ondanks de zonnepanelen en de windmolen), laten de watermaker draaien, Kees loopt inspectierondjes op dek en doet verwoede pogingen de windvaan aan de praat te krijgen zonder enig succes. Op proef kijken we of het lukt Marijn wakker te houden tot het begin van de middag en na een vroege lunch (brood of pannenkoeken) 2 tot 3 uur te laten slapen en beter werkt dan de 2 slaapjes die hij tot voor kort deed. Dit is voor ons ook het moment om even bij te komen van de gebroken nacht en de ochtend entertainen en bezig zijn. Om 14:00 uur UTC kijken we uit naar het “netje” over de SSB zender met de Heavy Metal en ook de Elisabeth die een dag eerder vanuit Gambia zijn vertrokken en onderweg zijn naar Suriname. Als in de middag Marijntje wakker wordt is het tijd voor een badje in de kuip. Het mannetje zit onder de jeukende (warmte) uitslag en zweet zich een hoedje. Calendulan emulsie (VSM) eigenlijk tegen jeuk van waterpokken lijkt te helpen en de combi met luier in de slaapzak verruilen voor slapen in een katoenen romper doet ook wonderen. De dagen dat er weinig wier in het water is, probeert Kees op deze momenten zijn hengel uit, en hoewel we bij vertrek al hoorden dat de Summerwind een zwaardvis van 2 meter heeft weten te vangen en de Heavy Metal ook kan melden dat ze heerlijk aan het smullen zijn van de enorm grote Mahi Mahi zwemmen er achter onze boot blijkbaar alleen hele slimme vissen die niet bijten. We proberen a la de Bojangles nog lokaas te maken van een lege tube tandpasta maar ook dat is tevergeefse moeite. Na het badderen en golfjes kijken is het vaak alweer tijd om het avond eten voor te breiden. Veel verse groente konden we niet vinden in Mindelo, dus we spreken nu eindelijk en met redelijk succes de blik voorraad aan. 19:30 UTC is het alweer tijd voor het tweede netje, de afwas en nog even spelen met de kleine man die daarna zijn bed in gaat. Het inslapen kost Marijn met alles wat er om hem heen gebeurd midden in de kajuit wel wat meer moeite maar het lukt Kees steeds met veel geduld Marijn in slaap te sussen. In de nachten draaien we om de 3 uur een wacht. We maken een tweede slaapplek van de kussen 

van de bank die we klem leggen op de grond omdat het zeker in de eerste week door de donkere nachten (met overigens prachtige sterrenhemels) en flinke schuivers buiten zitten niet gaat. Eenmaal een aantal dagen op de oceaan schuiven we het alarm van 30 minuten door naar een uur, wat de nacht doorkomen weer een stukje aangenamer maakt. Natuurlijk zijn er tussen al die redelijk eentonige dagen ook speciale dagen, we juichen in de kuip als we halverwege zijn, en juichen nog harder als we het aantal te zeilen dagen vanaf 3 kunnen aftellen. We ervaren het als een feestje als het gelukt is een heerlijk vers broodje te bakken en op dag 11 is het mooiste moment dat de Elisabeth met wie we ruim een half jaar geleden toevallig tegelijk in Engeland aankwamen op deze grote oceaan niet meer dan 20 mijl voor ons langs blijkt te zijn gevaren. Fijn is het ook dat het langzaam aan rustiger wordt aan boord, het is na een dag of 9 eindelijk heerlijk om buiten te zitten. In de uurtjes dat Marijn slaapt is er volop tijd om je gedachten te laten gaan of in Kees zijn geval, los te komen van gedachten die eerder maar bleven gaan. De eindeloze golven en de traagheid van dit bestaan resetten your mind. Ik denk aan alle lieve berichtjes van vrienden die plaatsvervangend opgewonden zijn omdat het nu eindelijk zover is en kijk om me heen en kan toch niet anders concluderen dat we met een niet al te grote boot op een immens grote blauwe golvende vlakte zitten, waar we inmiddels wel stil van worden maar de euforie blijft nog uit. En dan weet ik het, deze tocht is nog het best te vergelijken met een zwangerschap. Iedereen om je heen drukt je op het hart te genieten van dit unieke moment, maar hoewel ik echt veel mooie herinneringen koester aan mijn eigen zwangerschap was het anderzijds net als met deze reis toch ook een kwestie van de rit geduldig uitzitten. Met in het eerste trimester de misselijkheid, vemoeidheid en de lamlendigheid. Een tweede trimester waarin alles wel weer zijn gangetje gaat, maar het toch net even anders is dan anders en naarmate het einde van het laatste trimester in zicht komt, je eigenlijk maar een ding wilt, dat het erop zit. De oversteek van ruim 2 weken is een kwestie van volharden, there’s no way back. Maandag 29 januari schreeuwt Kees vroeg in de ochtend “land in zicht” en zien we de vuurtoren van Ile Royale, een van de drie onbewoonde eilandjes voor de kust van Frans Guyana. We hebben beiden tranen in de ogen en zijn intens blij onze tocht zonder kleerscheuren te hebben volbracht. Eenmaal voor anker omringd door palmbomen en tropische warmte, zien we aapjes over land lopen en komt een zeeschildpadje nieuwsgierig polshoogte nemen rond de boot. Naarmate de dagen die we hier op deze bijzondere eilanden verstrijken realiseren we ons iets meer dat het best een hele prestatie is geweest ons transatlantisch avontuur en kleurt ons geheugen het geheel steeds wat positiever. In zestien dagen 1840 mijl varen in een zeilboot van 10,5 meter met een kereltje van 1,5 jaar…okey volgens mij mogen we daar ook best een beetje trots op zijn. We komen de dagen hier door met wandelen op de eilanden waar je onder andere de restanten van de lugubere gevangenis die hier tot 1956 in gebruik was kunt bezoeken (bekend van de film Papillon), douchen in een tropische stortbui, plonsen in het water van 27 graden, luieren in de hangmat en heerlijk “zwemmen” in een Oceanic Pool (tip van de Bojangles). 1 februari is onze voorraad water en het eten tot een minimum geslonken wat betekend dat we ons moeten klaar maken voor een tweedaagse tocht richting de bewoonde wereld, in ons geval Suriname. We hebben er zin!

Atlantic Crossing

Cabo Verde, No Stress!

Geplaatst op 8 reactiesGeplaatst in Geen categorie

Daar liggen we dan na 3 anker pogingen in de volle baai van Sal met windkracht 6 en vlagen tot 30 knopen. We ervaren niet direct “the good atmosphere” zoals onze franse buren op Las Palmas het eiland wisten te omschrijven. Na onze barre tocht is het in eerste instantie toch even slikken. Het witte zandstrand wat ik bij Sal voor ogen had met wuivende palmbomen heeft in real life plaatsgemaakt voor een vervuild rotsen strand met op de achtergrond een grote Shell fabriek. Als we de volgende dag willen gaan inklaren snappen we de fransen al wat beter, aan de wal staan jochies je op te wachten om voor een habbekrats je bootje aan te leggen en “er op te passen”, in de weinige lokale cafeetjes klinkt muziek, er loopt hier en daar een verdwaalde hond, op de stoep verkopen vrouwen kleding, groente en bananen, de huisjes zijn kleurig geschilderd en niemand heeft haast. Enige ophef ontstaat er als er een vissersbootje binnenkomt en mensen uitlopen om de catch of the day te inspecteren, maar dat is het dan ook. We hadden het idee dat het rond de kerst nog rustiger was dan normaal en daarmee tegelijk ook redelijk tot zeer saai. We kunnen de fransozen wel volledig gelijk geven wat het inklaren betreft, echt een fluitje van een cent. De douane beambte is dagelijks (ook op zon en feestdagen) tussen 8.00 en 10.00uur op het politiebureau en voor 5 euro heb je vrij snel een mooie stempel in je paspoort. De bootpapieren worden ingenomen, maar die krijg je bij het uitklaren zonder problemen weer terug. Tweede kerstdag wordt opgevrolijkt door zeer spontaan bezoek van Alette en Aad waarmee me koffie drinken in de kuip met heerlijke Hollandse stroopwafels, we mogen meegebrachte cadeautjes uitpakken alsof het Sinterklaas is (nogmaals veel dank voor al het moois en lekkers), met een taxi maken we een ritje naar Santa Maria en aan het prachtige witte zandstrand nuttigen we in een gezellig tentje een prima lunch. Het is echt een welkome afwisseling zo’n dagje uit. De dagen erna moeten we ons geplande tochtje richting Sao Nicolau uitstellen omdat de wind maar blijft aantrekken. We zien het niet voor ons met deze wind, aan 2 ankers in de beschreven deining te liggen en rustig een dag te gaan wandelen op het eiland. Daarmee veranderd ook ons reisschema omdat we graag met oud en nieuw in Mindelo (Sao Vicente) willen zijn waar Floor en Casper (en opstappers) van de Summerwind al even liggen. Voor vertrek regelen we via Jay, die dagelijks in zijn bootje langs komt varen, dat de was wordt gedaan en we voldoende water en diesel aan boord hebben.  30 december “gooien we los”, maar niet nadat Kees duikend de ketting om een rots vandaan heeft weten te trekken en de White Mustang echt vrij is te gaan. Halve wind met golven van opzij geeft de boot een slinger waar ik niet goed op reageer. Na 3 Antwerpse “zeeziekjongens” kan ik nog steeds alleen maar op de bank liggen en ben ik heel blij dat we maar 24 uur onderweg zijn. Kees ook overigens want die zit met de wekker als zijn beste vriend de 24 uur wacht in zijn eentje uit. We vangen bijna een vis die wel 2 meter geweest zou kunnen zijn maar in een van de laatste golven toch nog weet te ontsnappen. We wachten tot het donker wordt in de avond en we wachten tot de zon weer op komt in de morgen. De laatste loodjes wegen dit tochtje het zwaarst en terwijl de golven inmiddels meer van achter komen, en ik weer wat meer mens ben varen we tussen de eilanden Sao Vicente en Santo Antao door om daar al het zeil wat nog staat (maximaal gereefd) weg te halen om de enorme 

windvlagen  (tot over de 35 knopen) op te kunnen vangen (venturi effect). Steeds verder achter het land nemen de golven snel af maar de windvlagen die blijven eigenlijk. Als we eenmaal zicht hebben op de baai zien we Caper en Floor vrolijk en uitbundig op het voordek staan zwaaien. Zo leuk zijn we nog nooit welkom geheten. We zijn op tijd voor een gezellige oudejaarsavond dat is een ding wat zeker is! We eten vers gevangen tonijn op de Summerwind en Marijn steelt de show met al zijn nieuwe trucs. De mannen van de Summerwind stappen de dinghy nog in om mee te feesten op de wal. Wij zijn moe van ons tochtje zeilen en kijken met moeite de uren weg tot de jaarwisseling. Om 22.00 komen er lieve gelukkig nieuwjaars groeten  binnen uit Nederland, om 23:00 van de Canarische eilanden. Met veel moeite lukt het om middernacht te halen maar 24.00 precies krijgen we nog even een oppepper met de hoeveelheid geluid die dan op ons afkomt.  Het is een godswonder dat die kleine uk dwars door de herrie van diverse scheepstoeters, het vuurwerk en de extreem luide muziek heen slaapt. Ook wij zijn blijkbaar zo moe dat we redelijk makkelijk in slaap vallen en de volgende ochtend verbaasd wakker worden terwijl het feest nog in volle gang lijkt te zijn. Na het ontbijt en de koffie gaat de muziek uit en veranderd Mindelo in een slaapstad. Hoewel we goed voor anker liggen is het nogal een onderneming om met kinderwagen, Marijn en boodschappen steeds weer in het bijbootje te moeten stappen. We verhuizen dus naar de haven ondanks dat deze berucht is om de vreselijke deining. We hebben daar in tweede instantie een prima plekje aan een mooring met de kop in de wind en met 2 lijnen (met rubbers) vast aan de wal, we schommelen zoals je voor anker ook doet, maar de lijnen komen minder strak te staan dan aan de overzijde van de steiger. We hebben nog een afscheidsborrel met de Summerwind die 2 januari de oversteek gaan maken, samen met Shalom. Met hen hebben we op de steiger nog wel een interessante discussie. Tom zijn wens is het met zijn eigen boot de wereld te bezeilen. Heidi vindt het leven op mooie ankerplekken geweldig maar heeft met het zeilen zelf niet zoveel, sterker nog ze heeft continu de angst dat hen onderweg iets ergs gaat overkomen. Verbaasd vragen we allebei waarom ze er dan niet voor kiest om Tom te laten zeilen met de opstapper en zelf naar Suriname te vliegen. Eerlijk is eerlijk zegt Kees haar,  je moet echt heel veel van zeilen houden  en daarbij toch ook een beetje gek moet zijn om 14 tot 18 dagen met een zeilboot de oceaan over te willen steken. Een eye opener blijkt want als ze een dag na vertrek weer op de steiger staan komt het hoge woord er (gelukkig) uit. Ze stapt af! Nadat ze onderweg wat schade aan de leuvers hebben opgelopen is de maat vol, ze gaat deze oversteek niet mee, ze kiest ervoor om Tom over twee weken zijn mooiste aankomst tot nu toe te bezorgen door naar Suriname te vliegen en klaar te staan op de wal om zijn lijntjes aan te pakken. There you go girl!  Wijze les, je kunt anderen alleen gelukkig maken als je zelf ook gelukkig bent en het kan in het leven geen kwaad je grenzen op te zoeken maar je bent altijd zelf degene die de grenzen stelt! Wij willen de Cabo Verde niet verlaten voordat de boot op orde is maar zeker ook niet voordat we Santo Antao hebben bezocht. Ik ken dit eiland al een beetje na een week wandelen 4 jaar terug en even de benen strekken in een mooie natuur kan voor de grote oversteek geen kwaad. Kees maakt een prachtige wandeling in het noorden en met Marijntje op de rug

 lopen we een deel van de kustwandeling van Ponta do Sol naar Fontainhas. Op weg ernaar toe rijden we langs kraters en valleien die er met de mist ruig en spookachtig uitzien. We hebben een goed engels sprekende, veilig rijdende en betrouwbare chauffeur die het leuk vind te vertellen over zijn eiland, de lokale en wereld politiek kan bediscussiëren en hopelijk een kans krijgt zijn studie af te ronden (bel of what’s app hem gerust: Natalino mobiel nummer +238-9937106). We lunchen met hem ook in een fantastisch lokaal en modern restaurantje, Babilonia, op een verrassende plek waar je een gelegenheid als deze het minst zou verwachten. Heerlijk lokaal geproduceerd eten en drinken, ecologisch en vast ook biologisch geheel verantwoord. Echt een aanrader. Eenmaal terug in ons eigen “huisje” begint het te kriebelen. Er zijn nog een paar kleine klusjes te doen naast de boodschappen maar daarna ziet het weer er prima uit voor de oversteek. Helaas wordt een uurtje strand met Marijn 2 dagen voor vertrek een duur grapje. Als ik een verhaal van een jongen over schelpjes voor een ketting en schoentjes voor Marijn voor de derde keer wegwuif (terwijl het argwaan had moeten wekken!) voel ik dat mijn telefoon uit mijn zak wordt geritst net terwijl ik bezig ben ons kleine mannetje uit een windvlaag te halen en te troosten omdat hij moet huilen van al het zand in zijn oogjes. Lang verhaal kort, telefoon die toch al aan vervanging toe was met helaas veel lieve berichten en foto’s weg. Mijn vertrouwen in de medemens is echter slechts kort geschaad. Boven op de kade staat een jongen die aanbied de buggy mee naar boven te tillen. En hoewel ik eerst denk, ja doei, kijk ik hem nog eens aan en denk, natuurlijk, no stress, dit is een van de lieve en aardige Kaapverdianen waar we er al zoveel van zijn tegengekomen op straat, die je goedendag zeggen en roepen hoe cool Marijn is en “high fiven” met hem. Die je de weg wijzen door je er naar toe te brengen en je uitleggen waar je de lekkerste broodjes of de beste vis kunt kopen. Mensen die vandaag leven en niet piekeren over morgen en dansen als ze muziek horen. Blij zijn als ze iets voor je kunnen doen en een glimlach steevast met een big smile beantwoorden. Je kunt moeilijk een heel land de schuld geven voor het gedrag van een arme sloeber die hoopt snel wat geld te kunnen verdienen. Ook in de Carieb zullen we op plekken komen waar je goed op elkaar, je bootje en waardevolle spullen moet letten. We realiseren ons eens te meer dat Nederland een rijk land is met ongekende mogelijkheden, er is geen sprake van (grootschalige) corruptie, we hebben economische stabiliteit, sociale zekerheid, en onderwijs op een hoog niveau. De kwaliteit van ons eten is goed en er is meer te eten dan we op kunnen. Dat kun je van heel veel andere landen in de wereld niet zeggen. De Cabo Verde kunnen voor ons niet meer stuk, toch zijn we inmiddels wel toe aan weer een nieuw avontuur, iets met tropische eilanden, hangmatjes en snorkelen. Morgen zwaaien we Mindelo uit om na 14 tot 18 dagen ons anker hopelijk voor de kust va Frans Guyana pas weer te laten zakken. Hoewel heel spannend natuurlijk hebben we er ook veel zin in. 

(Because I’m) Happy – Pharrell Williams

Geplaatst op 10 reactiesGeplaatst in Geen categorie

Terwijl Kees in de kuip Marijntje vermaakt doe ik een afwasje. Als ik zo mijn gedachten laat gaan voel ik opeens hoe gelukkig ik ben. Niet alleen omdat we gister veilig en wel na 6 dagen zeilen zijn aangekomen op de Cabo Verde of dat de zon schijnt of het broodje kaas uit de oven (dank je wel Jaqueline en Peter) enorm lekker smaakte, nee ik voel me gewoon intens gelukkig, eigenlijk met alles en niets tegelijk. Dat is niet alle dagen zo kan eerlijkheidshalve zeggen. Heel gelukkig was ik niet tijdens het nachtje doorvaren van Las Palmas naar La Gomera. In de loop van de avond (natuurlijk in het donker) slaat de boot plots bijna plat omdat we de halfwinder waarmee we zo lekker meer dan 6 knoopjes snelheid hielden, nog heel even, maar dus net te lang, hadden laten staan om de niet verwachtte 20 knopen wind op te kunnen vangen. Achteraf zou het ook best de beruchte acceleratiewind geweest kunnen zijn hoewel ze ook na het passeren van Tenerife gewoon aanhield. Niets aan de hand verder, behalve dat ik Marijntje net aan het overpakken was uit de kuip om hem in bed te leggen en nu noodgedwongen met 1 hand hangend aan de “trapleuning” ons staande probeer te houden benedendeks. Voorzichtig leunend en steunend, Marijn op de andere arm zettend om met mijn linkerhand de handgreep bij het aanrecht te kunnen pakken lukt het om hem in zijn bed te krijgen. Alles wat binnen kan rammelen rammelt, alles wat niet stormvast stond is al door de boot heen gevlogen en rolt of schuift heen en weer. Goed, luier, flesje en Marijn zijn verhaaltje moeten nog heel even wachten, Kees heeft boven hulp nodig. In de kuip is het los van dat de stuurautomaat blijft piepen en de boot bijna op haar kant ligt en dwars op onze koers richting de kust vaart alles overzichtelijk en stabiel. Kees staat voor op het voordek en schreeuwt over het kabaal van klapperende zeilen heen ALLE LIJNEN LOS, zo gezegd, zo gedaan. Het helpt echter niet de boot rechter op te krijgen, dat is niet volgens plan. We hadden echt de  hoop het zeil droog binnen te kunnen halen. Next step is dat ook de val waarmee de halfwinder gehesen wordt, los te gooien. Consequentie, een heel groot zeil wat Kees uit het water moet vissen, het resultaat  ons bootje veert direct rechtop en is weer bestuurbaar. We zetten de genua met voldoende rifjes, hervatten onze oude koers en Marijn krijgt in alle rust alsof er niets gebeurd is, zijn luier, fles en zijn lievelingsverhaaltje, De Boot van Muis.  We hebben overigens wel geluk, want bij inspectie later in de haven op La Gomera blijkt dat het zeil heel is gebleven en tijdens een rustig zonnig dagje is het snel weer droog. La Gomera js tot nu toe misschien wel een van de meest relaxte plekken die we aangedaan hebben. Het plaatsje San Sebastian, waar de haven ligt en de ferries onder andere vanaf Tenerife aankomen is klein en gezellig. Als je van wandelen houdt is dit de plek waar je meer dan voldoende aan je trekken komt. No stress, no hurrie, ik weet niet of dit is wat de oudere generatie hippies hier houdt en de jonge hippies hier brengt of dat zij deze way of living hebben overdragen aan de locals. Het eiland heeft in ieder geval een goede vibe. Wat het nog gezelliger maakt is dat we hier samen liggen met Peter en Jaqueline van de Elisabeth en bezoek krijgen van Karin (vriendin/ oud collega) en haar vriendin Petra die het bijzonder leuk vinden om een kijkje te krijgen in ons huidige leven. We kletsen bij, borrelen, eten samen aan boord en we toeren een middagje over het eiland. Heel speciaal is het ook om de Talisker Whisky Atlantic Challenge hier te zien vertrekken en de 30 roeiteams (dames en heren, 1 tot 4 mansboten) van over de hele wereld die in een high tech roeiboot de oceaan gaan oversteken uit te kunnen zwaaien.

We maken even kennis met (vanaf nu onze held) Mark Slats uit Nederland die dit klusje solo gaat klaren (live te volgen via ybtracking.com of de app van yb races (IOS) of tracker). Op moment van schrijven ligt Mark Slats (Row 4 Cancer) 3de overall (!!!) en eerste van de 8 solo roeiers en moet hij nog 1862 mijl roeien. De tijd vliegt en voor we het weten is er een redelijk goed weergat om te vertrekken naar de Cabo Verde. Stress is een groot woord, maar we hebben na alle ontspanning wel even werk om de voorraad eten weer aan te vullen, de boot vertrek klaar te maken, een nieuwe telefoon te kopen want beide oude hebben het begeven en zijn ook door een handige jongen hier niet te repareren. 15 December worden we al vroeg “uitgezwaaid” door Karin en Petra die lekker gaan wandelen en ons, ons ding laten doen en op moment van vertrek staan daar natuurlijk Jaqueline en Peter. Onze eerste lange oversteek, de lastigste of moeilijkste als we ervaren zeilvrienden en meerdere medevertrekkers moeten geloven. De Antwerpse zeeziekte pillen heb ik tijdig ingenomen en we zijn klaar voor vertrek. Toch voelde het de dagen ervoor spannender dan nu we eenmaal op weg zijn. Er staat een mooie bakstag wind van 12 knopen en we kunnen met 2 rifjes in het grootzeil en de uitgeboomde genua met 1 tot 2 rifjes heel mooi 5 knopen snelheid houden zonder al te schuin te liggen. We rollen wel veel, toch alles bij elkaar is het goed te doen. De volgende dag komen we in het voorspelde windwak terecht, dat helaas met ons mee beweegt en zo nog 24 uur langer duurt dan voorspelt. De motor zetten we bij (1900 toeren) om 4,5 a 5 knopen te kunnen blijven varen, wetende dat er een behoorlijke hoeveelheid wind aan gaat komen. De dag komen we door kijkend naar dolfijntjes die wel een uur lang om de boot zwemmen, vissen, Kees vangt opnieuw een tonijntje, nieuwe recepten uitproberen (ceviche van de net gevangen tonijn, tip: spaanse pepers zijn echte pepers… ik was met 1 peper al zo royaal dat we de rest van het eten nauwelijks meer konden proeven), Marijntje schoonpoetsen als hij zijn fles melk na 5 minuten weer uitspuugt (zeeziek?), hem lekker laten spetteren in zijn badje in de kuip, eten klaarmaken, eten van Marijntje opruimen die zijn bakje omkeert en zo aangeeft geen trek te hebben (echt zeeziek…), bijkletsen met medevertrekkers over de SSB zender (korte golf zender) en dat alles terwijl we steeds verder wegvaren van de bewoonde wereld. Als het bedtijd is voor Marijn probeer ik ook wat te slapen want straks begint het wachtlopen (op proef 4 uur op, 4 uur af, maar na 2 dagen toch gewoon weer 3 om 3). De wind trekt geleidelijk aan tot 20 knopen bakstag (bij elkaar dus meer dan 25 knopen), de golven worden langzaamaan steeds wat hoger (zo’n 2,5 meter) en we houden een snelheid van 5 a 6 knopen met uitschieters naar 7,5. Het meest spannende van de dag is dat we in de avond niet al te ver voor ons op het water lichtjes zien, terwijl het AIS (automatic identification system) alarm niet is afgegaan en het schermpje van de AIS leeg is. De radar die we als snelle check gebruiken ziet het bootje wel. De AIS is hier in niemandsland een must have, iets waar wij bijna blind op vertrouwen en het is dus schrikken als er plots een boot voorlangs gaat met onduidelijke lichtvoering, zonder. Naarmate we nog meer dichterbij komen blijkt het een vissersboot die waarschijnlijk zijn visplek niet openbaar wil maken, maar ons duidelijk wel gespot had en keurig om ons heen is gevaren. Gevaar geweken, we kunnen door met al het andere wat we aan het doen waren. De dagen hierna zijn tot aankomst stabiel pittig, de wind blijft zo’n 20 knopen met regelmatig windstoten tot 25 knopen (tel onze snelheid erbij op en we cruisen naar de Kaap Verden met een windkracht 7), de 

golven worden hoger en weerbarstiger. Binnen lijken de brekers wel kanonskogels en maken de schuivers dat je weinig anders kunt doen aan boord dan zorgen dat je ergens (semi)klem ligt, zowel overdag als in de nacht. Dat is met een kind van 1,5 jaar dan weer makkelijker gezegd dan gedaan. Marijntje die tot de 1 na laatste dag echt niet zo in zijn nopjes was met ons zeilavontuur (maar misschien ook wel last heeft van doorkomende kiezen, verlatingsangst en/ of het feit dat hij nog niet kan zeggen wat hij wil) probeert ondanks alles gewoon zijn ding te blijven doen (logisch) wat resulteert in hoofd-stoterijen, omvallerijen en van de bank af valpartijen allen gevolgd door flinke tranen en voor heel even dan toch tegen mamma aan liggen om weer tot rust te komen. Kees heeft zo met hem te doen dat hij meer dan eens zegt dat we zo niet door kunnen gaan. Als Marijn dag 5 vrolijk wakker wordt, zijn melk erin blijft en hij ook zijn banaan met avocado prakje opeet lijkt het tij gekeerd. We vermaken ons met boekjes voorlezen, de Maya de Bij dans video, liedjes zingen, alles benoemen wat we zien, de blokkendoos en chillen tegen een grote stapel kussen aan. De overige bezigheden zijn een ware uitdaging, kip in blokjes snijden of rijst afgieten terwijl je door een schuiver tegen het fornuis aan kwakt, Marijn van A naar B verplaatsen, koffie zetten, als gaat in slow motion en goed overdacht.  We zitten deze dagen vooral binnen wat ondanks de muziek die we draaien en het ritme waar we in zitten eentonig is. Anderzijds is er zoveel wind dat in de kuip gaan zitten vooral wachten is op een breker en een grote golf zout water over je heen. Kees loopt aangelijnd wel regelmatig een inspectierondje over het dek en gooit dan de spartelende vliegende vissen weer overboord. De dag voor aankomst hebben we opnieuw bezoek van een gigantische school dolfijnen die langs de boot springen en meezwemmen, hoe vaak we deze vrolijke beestjes ook zien, ze maken onze dag steeds weer goed. Op dag 6 aan het begin van de middag is Sal in zicht, niet heel goed want de storm die woedt brengt veel Sahara zand mee wat zorgt voor beperkt zicht. Het is nog even spannend of we last krijgen van brekers bij de golven die nu ruim 3 meter zijn, maar eenmaal achter het land valt de wind deels weg en worden de golven snel kleiner. We laten het zeil net voor de ankerbaai zakken en starten dan voor het eerst sinds dagen de motor weer. Het ankeren is in deze volle baai met op de open plekken vooral veel rosten en weinig zand nog wel tricky maar we zijn er, we hebben het gehaald, trots maar ook best heel moe drinken we op deze nieuwe overwinning. De generale repetitie is geslaagd, de White Mustang en de bemanning hebben de tocht goed doorstaan, nu opruimen, bijslapen dat hebben we meer dan verdiend. Een dag later hebben we lekker geluncht in de kuip en doe ik de afwas, ik voel ik me meer dan gelukkig en dat is super.

Oversteek La Gomera-Cabo Verde

Klussen op de Canaries

Geplaatst op 4 reactiesGeplaatst in Geen categorie

Het is alweer zo lang geleden, ons afscheid van Marokko, dat het pittige tochtje richting het eiland Graciosa (Lanzarote) alweer bijna vergeten is. De wind die bakstag behoorde te zijn maar tot echt hoog aan de wind bleek, de 15 knopen die voorspeld, maar gemiddeld toch meer 20 knopen was, de pikdonkere en mistige nachten door de nieuwe maan en zo’n joekel van een vis die we beet hadden dat de lijn er direct van brak. Het ligt allemaal al vele klusjesdagen achter ons. Voor anker op Graciosa was de plek om van deze trip even bij te kunnen komen. Een prachtig eiland met vulkanen om te beklimmen en een mooi zandwandelpad langs het water richting het dorpje en de haven. De haven is weinig geschikt voor passanten, er varen aan de lopende band grote ferries in en uit met toeristen en er liggen vooral zeilboten ter overwintering. De pilot geeft overigens aan dat het in zijn geheel niet mogelijk is er een plekje te regelen voor een paar dagen. Van horen zeggen zou het zeker moeten kunnen lukken als je de havenmeester aan wal weet op te te sporen en op deze manier de port police omzeilt. Na een aantal dagen ankeren zijn we door onze voedselreserves heen en moeten we echt meer boodschappen doen dan in de lokale supermarktjes mogelijk is. Op Arrecife is door verschillende races de haven fully booked waardoor we besluiten in een lange dagtocht naar marina Rubicon (meest zuidelijke haven Lanzarote) te zeilen. We vertrekken met prachtig weer en een windje van 10 tot 12 knopen en kunnen sinds lange tijd de parasailor weer eens zetten. Na korte tijd neemt de wind echter af en verruilen dit zeil voor de halfwinder. Het resultaat een mooi bol zeil waarmee we met een gangetje van zo’n 4/4,5 knoop richting Rubicon varen. We lunchen in de zonnige kuip met omelet en een broodje tonijn met avocado. Marijntje die nu echt zijn eigen wil aan het ontdekken is, kijkt vanuit zijn stoeltje van zijn eigen boterhammen met chocopasta en pindakaas naar ons eten en besluit dan resoluut zijn drinkbeker in zijn eetbakje te gooien en niets anders meer te willen dan omelet met tonijn. Dat resolute is een karaktereigenschap die we in de weken (wellicht ook maanden en jaren) erna nog wel vaker tegenkomen.

Even later trekt de wind aan en met de halfwinder gaan we 6 a 7 knopen. Dichtbij de bocht voor Rubicon halen we de halfwinder binnen om niet overvallen te worden door de acceleratiewind onder het eiland, die kan oplopen tot 10 knopen (aantal knopen bovenop de heersende wind), maar hier merken we eigenlijk maar weinig van. Met een rifje in het grootzeil en een vol genua lopen we de haven aan. Het is een luxe haven met rondom zoveel toeristen, restaurantjes en winkeltjes dat we ons er een beetje verloren voelen. Echt een prima plek (voor de veelal Engelse toeristen) om heerlijk even een week of 2 bij te komen van alle rompslomp thuis, maar deze haven is niet de meest geschikte stek om de nodige voorbereiding te treffen voor de langere oversteken die komen gaan. We wachten noodgedwongen tot de ARC (op commando en op de dag nauwkeurig ongeacht de windrichting en sterkte) is vertrokken richting Carieb en zeilen dan met een nachtje doorvaren richting Las Palmas op Gran Canaria. Wederom niet een haven waar je zielsgelukkig wordt en dan heb ik het niet over het schudden en rollen van de boot als er een flinke zuid westen wind is. Vooral de ongeorganiseerde/ niet gestructureerde marina office is verbijsterend. Ondanks dat het nummertjes apparaat  (`”meer dan 25 wachtende voor u`` is geen uitzondering) suggereert dat je geholpen gaat worden (die dag) wordt er in de middag vaak een briefje op de deur geplakt met “we zijn er niet”. Het lukt ondanks alle chaos om een plekje in deze haven met 1250 boten te bemachtigen waar we met een extra handje van Floor en Casper prima komen te liggen. Het is een gezellig weerzien met naast de Summerwind andere oude bekende zoals de FastUs, de Immaqa en later ook de Elisabeth en de Amuse.  We merken dat je als groep vertrekkers een steeds hechtere gemeenschap vormt waarin het socialisen ook echt functioneel is en niet alleen bestaat uit nietszeggende kletspraatjes bij de koffie. Je checkt bij elkaar of alles okay is aan boord. Zijn er problemen aan de boot of technische mankementen aan randapparatuur waarbij geholpen kan worden, is iedereen fris en fruitig, hoe interpreteer jij de weersvoorspellingen. Iedereen deelt zijn ervaring, kennis en kunde maar ook 

zijn onzekerheid en twijfels. Na ruim 5 maanden op pad te zijn voelt het wel heel bijzonder om deel uit te maken van zo’n clubje. Na een dagje bijkomen wordt met de klussenlijst op zak de boulevard van de marina (het walhalla van de nautic shops) afgestruind. We komen via via aan het telefoonnummer van “Mike the American” die SSB zenders repareert en regelen dat de verstaging nogmaals wordt nagekeken. De voorraad eten wordt gecontroleerd, genoteerd en meer dan voldoende aangevuld om de Atlantische oceaan tweemaal over te kunnen steken. Als er echt niets meer op het bootje past na ruim 2,5 week en met een werkende SSB zender, goedgekeurde verstaging en nieuwe zwemshorts voor Kees, die flink is afgevallen door onze new way of living, zijn we met de binnenkort geplande tussenstop op la Gomera klaar voor onze eerste serieus lange oversteek richting de Kaap Verden. De vreselijke berichten die via Facebook en medevertrekkers dan binnenkomen over de bemanning van de Liefde maken dat ik nachten onrustig slaap. Misschien wel heel naïef maar door wat hen is overkomen zijn de Kaap Verden ineens een No Go. Ik voel me plotseling heel kwetsbaar op ons bootje met een kind van 1,5 jaar aan boord. Ik wil van de knoop in mijn maag af en duidelijkheid of we er wel goed aan doen via de Kaap Verden, waar we al zolang naar uitkijken, te varen. We googlen reisadvies pagina’s, checken de pilot en algemene informatie over de Kaap Verden en ik denk na over mijn eigen ervaringen op deze prachtige eilanden 3 jaar geleden. Conclusie blijf ver weg van Praia, wees voorzichtig en let op je kostbare spullen (sluit je boot af) in Mindelo en geniet van de mensen, de cultuur en de natuur op de kleinere eilanden waar nauwelijks criminaliteit bestaat. Komende vrijdag gooien we de trossen los richting la Gomera, daar ontmoeten we hopelijk Karin en Petra die speciaal voor ons hun welverdiende vakantie hier willen gaan vieren. Daarna zeilen we in 6 a 7 volle dagen richting Sal het meest noordoostelijke eiland van Kaapverdie om ons voorlopig van Europa te ontdoen, waarover later natuurlijk meer. 

Onze tips voor Marokko

Geplaatst op 4 reactiesGeplaatst in Geen categorie

Wanneer je na weken Spaanse en Portugese kust echt even iets anders wil sla dan niet links af naar Madeira in de Algarve, maar cruise door naar Rabat/ Sale. Een moderne en goed beveiligde haven, vriendelijk personeel en de perfecte uitval basis voor een roadtrip of om met de trein een aantal steden te bezoeken (Casablanca, Fes, Marrakesh). Nadeel is het sluiten van de haven bij swell van meer dan 2 meter. 

Ben je van plan ook echt de woestijn in de trekken of wil je de oversteek richting de Canarische Eilanden opsplitsen

dan is ook Agadir een vooral erg ontspannen plek om te verblijven. Verwacht niets van de douches maar des te meer van de elektricien en mechanic die er rondlopen.

WIFI, eenmaal buiten Europa wordt de kwaliteit er niet beter op en is internet uit de bundel behoorlijk prijzig. De meest voordelige oplossing is een prepaid kaartje (zo’n 30DH) kopen en deze opladen met internet (5Gb voor 50DH).

Ter geruststelling voor de wijn liefhebbers, 

ook in Marokko is voldoende alcohol te koop. Een klein dicht ogend winkeltje tegenover het treinstation in Rabat en ook de Carrefour (in Agadir bijvoorbeeld onder de supermarkt)  kent een zeer uitgebreide wijn, bier en gedestilleerde dranken collectie. 

In Marokko hebben we de granaatappel als “superfruit” ontdekt. Heerlijk om zo van te snoepen, een goede dorstlesser, lekkere bite door de salades of yoghurt en hij is anders dan de bananen en peertjes heel erg lang houdbaar.

Kleur -en contrastrijk Marokko

Geplaatst op 6 reactiesGeplaatst in Geen categorie

De route is uitgestippeld, de huurauto volgestouwd, we’re ready for a road trip. Chefchaouen (de blauwe stad) is ons hoofddoel, maar om voor Marijntje de afstanden een beetje overzichtelijk te houden, overnachten we op weg ernaar toe in Moulay Bousselham (bekend om zijn vogelreservaat en lagune) en Tetouan (de witte stad). De wat langere kustroute die ons vanaf hier naar Chefchauoen voert geeft een prachtige uitzicht over de Middellandse zee en eenmaal landinwaarts wordt het landschap ruiger en zien we het spectaculaire Rifgebergte opdoemen. Aangekomen in de blauwe stad wacht ons een heerlijk appartementje midden in het centrum. Het stadje zelf is overzichtelijk klein, toeristisch zonder dat het hinderlijk is, relaxt en buitengewoon mooi. We kopen vers gebakken broodjes om de hoek voor nog geen 30 (euro) cent en doen boodschappen in Hassan zijn winkel waar de doosjes smeerkaas, blikjes tonijn en chocolade repen tot aan het plafond opgestapeld staan naast koelkasten vol met water, cola en danoontjes. De kasba zelf is zo fotogeniek dat je om iedere hoek en in ieder nieuw straatje je camera moet pakken omdat dit echt het mooiste plekje van de stad moet zijn en werkelijk alles is blauw. In plaats van de kortste route terug naar Rabat, beslissen we uit nostalgische overwegingen ook Fes te bezoeken. We verblijven in een mooi Riad en eten er de heerlijkste home made tajines. Met gids komen we op de plekken die ik tijdens eerdere reizen niet kon vinden en ze is het wapen tegen de vele “wanna be guides”. Na Fes is het tijd om terug te keren naar Rabat en het weergat voor de tocht naar Agadir af te wachten. Alle plannen worden bij thuiskomst echter op een lager pitje gezet als we (en zeker Kees) door een flinke buikgriep worden geveld. Alleen Marijntje die juist tijdens de tocht naar Marokko ziek was heeft nergens last van. Het is een hele uitdaging om terwijl we ziek zijn met Marijntje, die blij is terug te zijn op de boot en wil spelen, klauteren en lopen, de dag door te komen. Ondanks dat het meer dan een halve week duurt voordat het weer goed is om te vertrekken, voelen we ons allebei niet fit genoeg om aan te sluiten bij de groep van 10 Nederlanders die op dat moment uitvaren. Op de boot wachten tot het volgende window vinden we wat zonde van de tijd en met mijn vader die afwacht wanneer hij kan invliegen op Agadir spreken we af dat we samen mijn oom in Marrakesh gaan verrassen. We pakken de trein voor de bijna 5 uur durende tocht naar het zuiden. En nog de zelfde avond wacht ik op Menara Airport tot mijn vader naar buiten komt lopen. Hoe bijzonder is dit, we praten bij in de taxi terug naar het hotel en hij kan niet wachten tot hij Marijntje ziet en met hem kan dollen. 

In de straatjes richting het hotel waar ik tevoren nog continue werd aangesproken en waar ze in het Nederlands grapjes probeerden te maken worden we nu met groot respect aangekeken door dezelfde jongens. De hereniging in het hotel met Marijn is geweldig, even wennen ook maar al snel weet ons mannetje weer precies waarom hij altijd zo om opa moet lachen. We denken als mijn neef ons op komt halen in het hotel even op de koffie te gaan bij de rest van de familie, maar dat is toch niet helemaal de bedoeling. We moeten echt het hotel annuleren want onze tijd in Marrakesh zijn we te gast bij hen. De verrassing kon niet groter zijn voor mijn oom en we worden verwend met de ene heerlijke maaltijd na de andere die mijn tante kookt. Na 2 dagen, een bezoek aan de lokale hammam, Djemaa el-Fna en de Ourika vallei zien we dat de weersvoorspelling vanaf het weekend zo goed is dat het zonde is dat te laten schieten. Met mijn vader spreken we in Agadir af en met tranen in de ogen neem ik weer afscheid van mijn familie. Eenmaal terug in Rabat maken we de boot vertrek klaar, kletsen bij met Marja en Henk van de Dina Helena en niet onbelangrijk doen we vooraanmeldingen van ons vertrek bij de douane en zo varen we zondag met hoog water uit, samen met de Amuse (Immaqa en de Panta Rhei volgen iets later) onder begeleiding van de pilot (voor de swell), in dikke mist. Er is te weinig wind om te zeilen en dat blijft de eerste 24 uur eigenlijk zo. Tegen beter weten in hopen we net als onze medevertrekkers dat ze nog wat aan zal trekken. Net als ik een dutje doe, roept Kees me naar boven. Zo’n 10 meter achter de boot zag hij een enorme water verplaatsing en hoorde het kenmerkende geluid van een “ademende” walvis en terwijl Kees dit verteld laat het beest zich met een enorme traagheid opnieuw ten dele boven het water oppervlak zien. Ik sta te stuiteren in de kuip, spring te trap af om de camera te pakken en we turen beiden over het water achter de boot. Even later zien we opnieuw een groot zwart lijf boven komen, een kleine vin op de rug, alleen zijn kop en staart zien we niet. Voor een dolfijn is hij niet speels en voor een haai niet zenuwachtige genoeg, dit kan echt niets anders zijn dan onze eerste walvis! Dat maakt een dagje motoren weer helemaal goed evenals de spectaculaire zonsondergang. We merken overigens dat de radar in dit gebied geen overbodige luxe is, ’s nachts is het veelal mistig en in Marokko zijn er procentueel net zoveel vissersboten met AIS als dat er taxi chauffeurs zijn die met de meter aan rijden. De volgende dag kenmerkt zich door een paar uurtjes zeilen afgewisseld met motoren. Kees vangt opnieuw een kleine maar heerlijke tonijn. Dinsdagochtend na het ontbijt roept Kees 

die samen met Marijn in de kuip is opnieuw. In no time ben ik boven om een ware dolfijnen show mee te maken. De dieren zwemmen in tientallen langs, onder en om de boot en lijken de tijd te nemen om kennis te maken. Marijn die ze voor het eerst ziet kan zijn ogen niet geloven en blijft maar wijzen naar het water. Het is met ook de albatrossen die boven het water zweven en andere zeevogels die we op zien stijgen en pijlsnel loodrecht in het water in zien duiken net of we Discovery Channel zijn binnen gevaren. In de loop van de dag is het even de vraag of we bij Essaouira met zijn vissershaven (echter zonder passanten haven) linksaf moeten slaan omdat we wel heel veel motoren en diesel verbruiken, maar  na wat rekenen zijn we ervan overtuigd genoeg brandstof aan boord te hebben om ook Agadir te halen en duimen we gezien de weersvoorspelling nog een groot deel te kunnen zeilen. In de namiddag, avond en nacht worden zeilwisselingen afgewisseld met motoren. We kunnen zelfs zeilen met de halfwinder, wat een genot zonder het geronk van de motor. In de vroege ochtend is het nog goed oppassen niet verstrikt te raken in een van de vele staken of vissersnetten die in de baai van Agadir uitstaan. We lopen de haven uiteindelijk in de loop van de ochtend aan en na het inklaren en opnieuw inleveren van de drone ga ik opzoek naar mijn vader. Andersom is hij al ook opzoek naar ons en tegen een uur of 3 uur staat hij met de havenmeester voor onze boot. We willen na alle steden nog heel graag de natuur in. De woestijn trekt maar is met Marijn en het korte tijdsbestek te veel gevraagd. Zo belanden we in Taroudant met zijn indrukwekkende kilometerslange stadsmuur. Wanen we ons in de tijd van de bijbelse geschiedenis als we in Tioute de kasba bezoeken en rijden op en neer naar de top van de bergpas richting Marrakesh (Tizi n’Test) om van het geweldige uitzicht te genieten. Het zijn onvergetelijke dagen samen met mijn vader die ook echt geniet van de “excursies” en het spelen, dollen en over het strand banjeren met Marijntje tot hij weer naar Nederland vliegt. Voor ons de hoogste tijd om de boot weer vertrek klaar te gaan maken en met de juiste wind onze zeilreis te gaan vervolgen richting de Canarische eilanden.

Marokko! Wat hebben we hier lang naar uitgekeken

Geplaatst op 4 reactiesGeplaatst in Geen categorie

Het is half drie midden in de nacht als de wekker gaat. Na lang wikken en wegen (weg met te weinig wind, of risico van teveel wind) is het eindelijk zover. We halen het anker op en varen achter de Amuse aan Portugal uit op weg naar een heel nieuw continent. We vertrekken in het holst van de nacht omdat we in daglicht willen en met hoogwater moeten aankomen in Rabat. De aanloop hier kan nog al tegenzitten en met enige pech (golven van 2 meter of meer) mag je de haven niet eens in en moet je wachten of door naar Mohammedia. We volgen inmiddels wakker en voorzien van koffie, de lichtjes voor ons waarbij we de navigatiekaart op de IPad niet uit het oog verliezen. We merken dat we in aanloop van de uitmonding van de rivier plots inlopen op de Amuse. Wat doen die nou? We zien ze een rare bocht maken en het duurt niet lang voordat we zelf ook het aantal knoopjes gestaag zien afnemen. De boot wordt door de stroom een flink stuk meegesleurd richting de boei aan bakboord, Kees grijpt het roer en corrigeert voor de flinke stroming die er is, iets wat de stuurautomaat duidelijk niet trekt. Hoe dichter we de uitmonding naderen hoe meer we in een enorm kolkende watermassa terecht komen. Met de 3000 toeren die de motor draait en wat tevens zijn maximum is, lijken we nagenoeg stil te liggen, 5,5 knopen tegenstroom, dat heeft de White Mustang nog nooit voor de kiezen gehad. Iedere keer dat we denken (of hopen) iets te zijn verplaatst, blijkt een illusie, we worden met de zelfde gang weer terug gezet. Minuten gaan zo door, we turen ieder naar een kant in de donkere nacht om te zien of er schot in de zaak zit en misschien ook wel om er zeker van te zijn dat we niet achteruit varen. Zo spannend is het aan boord nog niet geweest. Na een kwartier is het genoeg geweest, Kees zet de motor in zijn hoogste stand en we houden de vingers gekruist. De Amuse is inmiddels een stipje in de verte als er eindelijk wat beweging in de boot komt. Jawel, we komen vooruit, en hoe meer we vooruit komen, hoe minder het water om ons heen kolkt en sist. Eenmaal op open water is het tijd voor Kees zijn eerste wacht en voor mij om te gaan slapen, maar daarvoor heb ik nog een beetje teveel adrenaline in mijn bloed. De tocht wordt verder gekenmerkt door te weinig wind en we motoren, motoren en motoren nog meer. Het is overigens wel heel fijn dat hierbij de golven ontbreken. Alleen, na een aantal uur motoren op een zeilboot word je wat onrustig, wil je je bestemming in zicht hebben, iets wat je zeilend eigenlijk nooit hebt.

Het zijn dus lange uurtjes met af en toe gezellig contact over de marifoon met Yvet en Stein van de Amuse. De tweede nacht trekt de wind even aan en met de halfwinder op varen we tegen de 8 knopen tot de wind draait van bakstag naar boven de 90 graden, en dit zeil niet kan blijven staan. De genua neemt het vandaar kort over tot de wind weer wegvalt. Tijdens het zeilen waagt Kees het erop en gooit zijn nieuwe hengel met goodies uit. Als ik in de vroege ochtend de wacht overneem, blijkt dat we beet hebben. Ik haal Kees vol enthousiasme weer uit zijn bed en de spanning stijgt bij het binnen halen van de lijn. Een tonijn, een kleintje, zeg voor 2 personen, maar toch de eerste vis is binnen. Kees heeft binnen no time de vis klaar om gekoeld te worden. Tuna fish for lunch! Lekkerder en verser kun je het niet krijgen. En dan eindelijk, na ruim 35 uur varen zien we land, Marokko! Daar zijn we dan, land van de heerlijke tajines, cous cous en echte muntthee, met zijn medina’s om in te verdwalen en kasba’s om te bewonderen. Het land wat vanaf zeeniveau glooiend overgaat in machtige gebergten, slingerende bergpassen en smaragd groene rivieren, gevold door oases en de in de nacht met sterren overgoten woestijn. Maar bovenal is Marokko het land waar mijn vader geboren is. Op kanaal 10 roepen we de pilot op, de Amuse lag een aantal mijl voor ons en meldt ons dat deze al op weg is. Super want zo kunnen we tegelijk mee de rivier op. Bij het aanzien van de kasba van Rabat schiet ik vol. Ik zit voor op het dek en wordt overspoeld door herinneringen. Mijn lieve oma jida die ik slechts 1 keer bewust zag tijdens de vakantie van ons leven met het blauwe mercedes busje naar Casablanca. De koekjes die ze opstuurde “in ruil” voor onze (in het Nederlands) ingesproken cassettebandjes met verhaaltjes en mopjes. De familie die ons doodknuffelde bij aankomst. Aan de rondreis die ik er meer dan 15 jaar terug met Samantha maakte, het weerzien destijds van mijn oom en de warme en vanzelfsprekende ontvangst bij ieder familielid dat we bezochten. De laatste vakantie die ik met mijn vader en moeder samen zou maken in Essaouira en de prachtige desert trip samen met Kees 3 jaar geleden, daar waar hij me in de absolute stilte van de woestijn wakker schudde om te vertellen dat hij verlost bleek van zijn hinderlijke oorsuis (helaas niet voor lang). Dat en nog veel meer terwijl ik geniet van de warmte, de geur van het land en het “welcome, welcome in Maroc” wat vissers ons zwaaiend toeroepen vanaf hun kleine gekeurde 

bootjes. We leggen bij het havenbureau aan net als de Amuse en we zien 2 douane beambten en een grote herdershond klaar staan om de boot op te stappen. De vraag aan ons is waar ze dat zullen doen, ze zien de opening in de railing niet. Doordat we met Marijn varen is er rondom de boot een net gespannen en opstappen lukt alleen met een grote stap over de railing heen. Dit blijkt de hond niet te kunnen en hem oppakken dat mag niet. Als ik een wat slaapdronken Marijn in zijn slaapzakje naar boven haal, komen er op de toch al vriendelijke gezichten 2 grote glimlachen. Marijn wordt meerdere malen gezegend, over de bol geaaid en na toestemming te hebben gevraagd, gekust op zijn bolletje. Het papierwerk wordt binnen aan de tafel gedaan en na ruim 45 minuten, de nodige verbazing over mijn voor en achternaam en inleveren van de drone wordt ons een plek gewezen. Eenmaal aangelegd wordt er getoast met bubbels op de veilige aankomst en een nieuw continent.  En in deze sjieke haven ontstaat achter de steiger waar de koning zijn vissersboot heeft liggen een mooie rood wit blauwe steiger (op het hoogtepunt 8 boten onder Nederlandse vlag) waar het overal gezellig bijpraten is. We ontmoeten hier onder andere voor het eerst Floor en Casper van de Summerwind die net klaar zijn met hun tour door Marokko en wachten op goed weer om richting de Canarische eilanden te kunnen oversteken. Zover zijn wij nog lang niet, we gaan eerst genieten van dit mooie land.