Portugal: so far, so good

Geplaatst op Geplaatst in Geen categorie

Vanuit Baiona zwaaien we de Spaanse ria’s vaarwel, de Portugese vlag ligt vast klaar om gehesen te worden voor als we straks in Portugal aankomen. Weer benieuwd naar hoe het daar zal zijn, het eten, de mensen en de steden. Het zal zeker anders zijn dan Spanje, geen eilandjes, weinig ankeren en dus verplicht de veelal dure havens in. De Portugese noord die nogal eens voor schade kan zorgen en zeker niet zwoel aanvoelt. Zo zijn er vertrekkers die het samenvatten als: tja de Portugese kust, die hoort er nu eenmaal bij.  We shall see. Porto is de eerste grote stad om aan te doen, anders dan de meesten besluiten we er met (lange) dagtochten naar toe te zeilen. De eerste stop is na een lange dag motoren (omdat er veel minder wind is dan voorspeld) Viano do Castelo, prima haventje en behulpzame havenmeester. Het is opvallend hoe goed men hier Engels spreekt. We blijven hier een extra dagje liggen om Kees zijn verjaardag te vieren en dan doen we in stijl met een heerlijke lunch in een lokaal restaurantje. De volgende stop is Porto, we varen weg met een mooie backstag wind en als deze ook nu weer minder is dan voorspelt komt de halfwinder tevoorschijn (dit is een groot en dun lichtweer zeil, perfect voor de 8 knopen wind die er staat). Doordat alle lijntjes van de parasailor zo mooi klaarliggen is het zetten van dit zeil een fluitje van een cent en als ze mooi staat uitgeboomd, varen we er vlot vandoor. Het is een heerlijke dag zeilen met een lekker zonnetje, prima golven en tot 2 maal toe veel vrolijke dolfijntjes om de boot. Hoe later op de dag, hoe dichter bij Porto, maar ook des te meer wind er komt. We schatten in dat tegen de tijd we bij de haven van Leixoes zijn er zoveel wind staat dat de haven van Porto, 2 mijl verder, de deuren heeft dicht gegooid (moeilijke aanloop volgens onze bijbel*). Dus we slaan linksaf, gaan overstag en eenmaal achter “de dijk” varen  op de motor met stroom tegen naar de haven. De haven kunnen we echter niet in, het is er tjokvol vanwege het WK met 49’ers. Dus met 2 andere boten voor anker waarbij we de avond zelf nog getrakteerd worden op het prachtige Argentijnse tall ship (eerder gezien bij Sail Amsterdam, toen ze om de hoek lagen van ons Java eiland) waarbij de bemanning ook nu weer, windkracht 6 of niet, in vol ornaat in de mast (beter gezegd de ra) staat te wachten om naar de beneden te mogen komen. De volgende ochtend kunnen we de haven wel in en ontdekken een tweede verrassing tijdens het hijsen van het anker, een oud visnet. Het lukt gelukkig om het met een lang broodmes van het anker los te krijgen en eenmaal in de haven kunnen we wederom opzoek naar een leuk eettentje om ditmaal mijn verjaardag te vieren. Met een visje van de barbecue en een wandeling aan het strand van Matosinhos een geslaagde dag. De dag erna pakken we de tram richting Porto en wandelen we door deze mooie relaxte stad. Even vergeten dat het hier geen koopzondag is, maar in het gedeelte bij de rivier, waar ook een vliegtuig demonstratie gaande is, wat hordes mensen op de been brengt, zijn genoeg restaurantjes om prima te lunchen. Mist houdt ons een dagje langer in deze haven waar we 5 september uiteindelijk vertrekken om in dagtochten via Figueira da Foz, Nazare en Peniche in Oeiras aan te komen,  na 2 klotsdagen een derde dagtocht die door Kees als volgt wordt beschreven: 

“Oh what a day”

Het is zaterdag 9 september en we vertrekken om 9 uur uit Peniche voor een dagtocht van ongeveer 50 mijl naar Oeiras, vlak onder Lissabon. Het weerbericht geeft een mooie voorspelling van 13 tot 15 knopen backstag wind. We gooien los en zetten direct het grootzeil, zekerheidshalve met een rifje erin. Dat doen we eigenlijk altijd, je weet nooit zeker of het weerbericht klopt en of er buiten de haven plots veel meer wind staat. Bovendien, een rifje eruit is veel makkelijker dan een rifje erin, dat is logisch. Om uit de luwte te komen van het schiereiland moeten we het eerste stukje motoren. Niet lang daarna pakken we de wind op en wordt de genua uitgerold. Mhhm, er staat wel heel veel minder wind dan voorspeld (7 tot 10 knopen). Na het even te hebben aangezien rollen we de genua weer in en hijsen de halfwinder, pwoefh gaat het en hij staat mede door de goede voorbereiding bijna meteen goed. We zeilen met gemiddeld zo’n 6,5 a 7 knopen en met de stuurautomaat aan hoeven we de eerste uren weinig te doen. Fantastisch zeilen is dit, en hoewel het kan, wil ik geen boek lezen,  ik wil alleen genieten van het zeilen en het water wat een swoesh swoesh geluid geeft. Ook het zonnetje doet zijn best maar echt warm wil het nog niet worden met deze wind uit het noorden. Marijntje doet zijn ochtend slaapje in de maxi cosy buiten in de kuip en heeft momenteel geen weet van dit fraaie zeil weer. Alles bij elkaar lijkt het een mooi moment om mijn hengeltje weer eens uit te gooien, we hebben een beetje lood gekocht om de lijn iets dieper in het water te krijgen. Er gebeurd niet veel, de nylon draad hangt niet echt strak dus er zit nog niets aan, rustig afwachten maar. Niet veel later horen we een ‘doehoef’ geluid, een fractie later kijken we en zien dan ook de grote dobber die we hebben geraakt. Zo’n dobber is een drijver waar een touw aan zit tot aan de bodem van de zee. Aan dit touw zit het visnet. Er liggen honderden van die grote ‘dobbers’ onder de kust tot ver in zee en het is moeilijk om er niet af en toe een te raken met het risico van een visnet in je schroef of roer. Gister hadden we geluk, er bleef er een hangen achter het roer, maar de kracht van de zeilende boot was dit keer te sterk en deed de dobber in tientallen stukjes tempex spatten. De botsing met de dobber op dit moment geeft op zich geen problemen maar na niet al te lange tijd komt de 50 tot 75 meter lange vislijn met de nieuw gekochte vishaakjes  erin vast te zitten en dduurrrruuuuhhhhh de hele lijn tot aan de hengelmolen verdwenen. Wel balen natuurlijk, zeker omdat een paar weken geleden mijn vislijn ook sneuvelde toen er een klein maar snel vissersbootje over heen voer.  We moeten nog veel leren blijkbaar. De snelheid van de boot heeft onder het hengelleed niet te lijden, we varen met een mooie snelheid en het is verder tot dusver een echte top dag. Na de lunch veranderen de golven en de wind en ook de richting ervan. We willen iets meer afvallen anders maken we wel een erg ruime bocht om de Cabo Raso. Maar met de halfwinder kan je niet elke windkoers varen en terwijl ik net iets teveel corrigeer, komt de halfwinder net iets teveel achter het grootzeil te zitten. Het resultaat is dat ze begint te klapperen maar door op tijd weer op te sturen staat ze snel weer goed. 

Waarom weet ik niet maar even later word ik een beetje overmoedig en probeer opnieuw af te vallen. Nu klappert de halfwinder niet alleen maar mede door de golfslag slaat ze tegen de voorstag met ingerolde genua aan en voordat ik er iets aan kan doen draait ze er omheen. Het easy going zeiltochtje veranderd in een spektakel met alle hens aan dek. De volgende 10 minuten probeer ik met een aantrekkende wind alles om het zeil terug te draaien maar tevergeefs. Dan maar zo laten zakken, en dus niet in de slurf (een lange hoes waar je dit soort zeilen heel makkelijk mee kunt hijsen en laten zakken). Samen staan we op het voordek met Marijntje stevig vast in zijn Maxi Cosi zich absoluut niet bewust van alle commotie. Majida laat de val langzaam vieren zodat ik de halfwinder los gedraaid kan krijgen van de voorstag. Niet veel later en zonder brokken is het zeil binnen en is het een complete chaos aan dek. Later in een haven met windstil weer krijgen we de boel wel weer gebruiksklaar. So far, so good….De wind trekt nog wat verder aan en met de uitgerolde genua varen we een lekkere  5,5 a 6,5 knopen gemiddeld. We omzeilen de Cabo Raso (ongeveer de hoek naar Lissabon) ruim in verband met valwinden. Dit was ons aangeraden door de havenmeester in Peniche. Om de bocht te kunnen maken moeten we gijpen (het zeil wat eerst over bakboord stond, gaat nu over naar stuurboord) wat heel makkelijk gaat door de Walder die we onder de giek hebben hangen. Kort uitgelegd is dit een soort vertrager, die de enorme krachten van zo’n gijp onder controle kan houden en zo een klapgijp, die desastreus kan zijn voor je spullen kan voorkomen. Het is echt een fantastische uitvinding uit Frankrijk en hoewel, op vertrekkers na, de meeste Nederlanders er niet aan willen zouden wij niet meer zonder willen zeilen. En ja de wind trek nog even lekker door, en ruim 7 knopen snelheid is geen uitzondering. Dat gaat goed, nog een kleine 10 mijl en ik zit aan m’n Leffe Blond. Maar zoals meestal zit het venijn in de staart. Na een harde windvlaag waar de boot een beetje van uit het roer loopt kost het veel moeite om de genua wat in te rollen. Al snel wordt duidelijk dat de wind echt flink aantrekt en moet de furlinglijn op de lier binnen worden gehaald Met alleen het grootzeil, waar nog steeds hetzelfde rifje inzit als waarmee we uit Peniche vertrokken, gaan we zo’n 8 knopen met wind tot over de 30 knopen. Geluk is dat er hier geen hele hoge golven zijn. Echt wel kicken, we moeten hier en daar uitwijken voor de vissersboeien, 2 kardinalen en zeilend tussen geankerde vrachtschepen door. Halverwege dit geweld zie ik een nieuwe Volvo Ocean Race boot, de Akzonobel, met vol zeil op, die mij op een mijl afstand met 23 knopen passeert. Wow! Na zo’n 8 uur zeilen meren we af in Marina de Oeiras en pak ik m’n welverdiende Leffe Blond. Oh what a day.

*De afgelopen zeildagen hebben ons laten zien dat we onze pilot iets losser kunnen interpreteren, natuurlijk de aanloop naar de havens, veelal stroomopwaarts gelegen van een rivier zal problemen geven bij combinaties van eb, hevige regenval en springtij omstandigheden die je wellicht verwacht in het vroege voorjaar of najaar, maar waarschijnlijk niet bij een normale stevige Portugese noord hartje zomer. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *