Neem een geit (aan boord), gastblog Hanneke

Geplaatst op 5 reactiesGeplaatst in Geen categorie

Zo nu en dan bediscussiëren Kees en ik hoe het (vooral) in theorie zou kunnen zijn om op onze weinig vierkante meters tellende en praktisch ingerichte boot ook nog een gast te herbergen. Twee weken terug hebben we dit proefondervindelijk mogen ervaren. Mijn goede vriendin Hanneke “offerde zich op” om als zeilfanaat en niet onder de indruk van de beperking in leefruimte, 10 dagen onze eerste meezeilende gast te zijn. Thuis werd een “help Sytse de dagen dat Hanneke weg is en alleen voor de kinderen moet zorgen door” noodplan gemaakt en op 7 maart mochten wij haar na een lange vlucht op het vliegveld van Grenada welkom heten. Daar stond ze dan blij te zijn met dat de vliegreis erop zat, ze ons na lange tijd weer zag en (nadat ze enkele dagen voor vertrek nog op de schaatsen had gestaan) met de zon en mooi weer garantie. Naast haar een immens grote en loodzware zeiltas vol met verrassingen (waarvoor hartelijk dank Hanneke, oud collega’s en poli interne!) en onze wenslijst die door de firma bol.com in de weken ervoor bij haar werd bezorgd. Hieronder haar verhaal!

 

Neem een geit (aan boord)

Bij vertrek uit IJmuiden inmiddels 8 maanden geleden beloofde ik Majida, Kees en Marijn langs te komen op hun reis. Mijn oorspronkelijke plan eenvoudig een weekje appartement met zwembad op een Canarisch eiland voor het hele gezin evolueerde naar 12 dagen weg zonder (eigen) kinderen waarvan 10 aan boord van de White Mustang al rond het Caribische eiland Grenada zeilend. Tot dan toe overigens nog nooit van gehoord. Met praktisch het maximum aan koffergewicht (waaronder ook wat kleding voor mijzelf) werd ik letterlijk en figuurlijk warm onthaald door het zeilend gezin. Kees is wat kilo’s verloren onderweg, Majida haar kapsel is grotendeels hersteld van een kapster met tondeuse op La Gomera en Marijn is de attractie van het eiland, waar je ook komt met zijn blonde krullen en blauwe ogen. Zelf waardeert hij al die aandacht niet zo, maar iedereen die we tegen komen, begint een gesprek met hem; eigenlijk altijd over blonde krullen. In mijn koffer een verscheidenheid aan voorwerpen: een nieuwe garderobe voor Marijn, een nieuwe simkaart voor Kees waarvan pijnlijk duidelijk wordt dat die niet in het buitenland te activeren is, nieuwe snoertjes voor de SSB-zender en mijn verrassing: een heuse (opvouwbaar en lichtgewicht) driewieler voor Marijntje. Daar heeft de kleine man meteen zo veel lol in dat hij ’s avonds stiekem zijn bedje uit kruipt en, tot Kees’ opperste verbazing, er mee door de kajuit fietst. We hebben De Tobago Cays ten doel gesteld, een luttele 50 mijl vanaf Grenada om te snorkelen bij “het witte zandstrand met palmbomen...” Drie dagen op rij proberen we de eerste tocht richting Carriacou te volbrengen, maar…bij poging één breekt de ketting tussen stuurwiel en roerblad en raken we stuurloos binnen 50 meter afstand van de steiger. Een hele klus om weer te repareren die Kees klaart terwijl wij ons vermaken in het zwembad van de haven met uitzicht op een aantal superyachts. Poging twee strandt op de golfslag en harde tegenwind zodra we uit de luwte van Grenada komen. Blijkbaar ben ik aanwezig bij de eerste tegenwind op hun tocht: het rondje Atlantische Oceaan is een populaire route vanwege de grotendeels meewind. 

Maar ik stap aan boord en de wind is te hard en uit de verkeerde richting: eigenlijk net zoals mijn eigen zeiltochten in Zeeland, alleen wel veel lekkerder warm. We overnachten in de baai voor Gouyave  en verslepen ’s avonds een mooring die niet vast blijkt te liggen en maken het nog wat erger door ook een visnet mee te slepen en besluiten daarop in het pikkedonker alsnog het anker uit te gooien wat vervolgens prima houdt. Kees verlangt de volgende ochtend wel naar zijn nieuwe ankerlier (de oude heeft het op de Surinamerivier begeven) nadat hij zo’n 50 meter ketting op de hand heeft binnen moeten halen. We geven het niet zo maar op en poging drie start voor zonsopkomst met de hoop dat de wind dan wat rustiger is; drie uur later weten we dat dat vergeefse hoop is. We keren de boeg naar het zuiden en zeilen met windvlagen tot wel 30 knopen over het dek naar de Grand Ans baai waar ook Marijn in zijn zwemvestje bij de boot gaat zwemmen. Een succes! Ons volgend doel wordt de Zuidkust; Grenada heeft daar veel meer baaien waar we beschermd zijn tegen de golfslag met uitzicht op rotsen met groen en villa’s. Een makelaarsgids op het vliegveld leert mij later dat we uitkeken op een villa van 16 miljoen Amerikaanse dollars waarbij de steiger ook kan dienen als helikopterplatform. Heel praktisch, dat dan weer wel. In de Hartmans Bay liggen de moorings wel vast, zodat het anker aan boord kan blijven. We liggen tussen voornamelijk Amerikanen en Canadezen die aan de begroeiing op het onderwaterschip van hun boten te zien al heel lang niet meer op zee zijn geweest. Zo brengen ze hun pensioen door in de warme Caribische zon. De wind waait stevig door en ter afwisseling van de boot huren we een auto en rijden het eiland over. De eerste stop is het politiebureau waar Kees een lokaal rijbewijs moet ophalen. Ter weet: mochten we in de bak belanden dan zouden we eten geserveerd krijgen, maar eten laten brengen door familie of vrienden is ook goed. Het zal dan wel gecontroleerd worden op gereedschap om te ontsnappen. We zien er voor nu van af. Onder regelmatige aanmoediging vooral links te blijven rijden op de tweebaansweg rijden we langs de Westkust naar een waterval. Daar treffen we toevallig een gids die ons wil begeleiden. Het is een leuke klauterroute en de gids vertelt honderd uit terwijl hij laat zien hoe een cacaoboon en laurier hier groeit. De papaya die we plukken, smaakt drie dagen later heerlijk. Met de auto stoppen we voor een late lunch nog even bij een baai met wit zandstrand en palmbomen. Een auto heeft zo z’n voordelen t.o.v. een boot. Daarna volgen twee heerlijke dagen in een baaitje verderop (Hog’s Island); we liggen op 80 meter afstand van een ’s nachts verlaten wit zandstrand. In de ochtend varen of zwemmen wij ernaartoe, hangen de hangmat op en bouwen zandkastelen. Rond het middaguur varen er twee grote catamarans het strand op met cruisebootgasten die ook komen zwemmen en kreeft van de barbecue als lunch geserveerd krijgen. Kees regelt nog even snel dat op onze tweede dag ook wij kunnen aanschuiven voor een heerlijke lunch! De terugtocht naar de hoofdstad gaat grotendeels met wind in de rug; nog steeds ruim 20 knopen. We komen een drijvend wrak van een vrachtschip tegen. Dat lag eerder veel noordelijker en ook in de haven is men overtuigd; het ding hangt aan een los anker en drijft zo stuurloos en vooral onverlicht de zee op. Waar zal dat schip letterlijk stranden…?

Maar waarom nou die geit aan boord als titel van deze gastblog? In het boek “Neem een geit” van Claudia de Breij klaagt een man over zijn volle te kleine huis voor zijn gezin. Hij krijgt het advies een geit te nemen en volgt dat op. Dan klaagt hij daarna dat het huis nu nóg kleiner en voller is geworden waarop het advies is om die geit dan ook weg te doen. Na vertrek van de geit blijkt het huis inderdaad minder vol en klein te zijn. De White Mustang is met 10,5 meter lengte een kleine boot in de haven. Een kleine boot voor een dergelijke tocht waar de bemanning regelmatig tegen aan loopt. Hoe stoer dat ze het toch redden met elkaar! Met mijn komst werd de kajuit nog voller en nu ik vertrokken ben, hoop ik op toch een wat ruimer gevoel aan boord. Deze (hele lieve red.) geit heeft een heerlijke tijd gehad, maar is zelf ook blij weer naar haar eigen kindertjes te gaan. Van 30 graden op Grenada naar sneeuw op het vliegveld in Londen is een wat gortig verschil. Mijn bikini gaat het voorlopig niet zo druk krijgen als aan boord van de White Mustang. Ik laat het woord nu weer aan Kees, Majida en Marijn, om te beslissen waar de tocht verder naar toe gaat met alle uitdagingen en avonturen die daarbij horen. Het was mij een genoegen te proeven van de sfeer en ik spreek waarschijnlijk namens velen dat ze bij terugkeer warm zullen worden onthaald! Zonder sneeuw. 

 

Het mag duidelijk zijn, onze meezeilende gast was een unieke en geslaagde ervaring. Dat het zeilende leven meer is dan vakantie en dat een zeilavontuur niet maakbaar is maar onder andere afhangt van de weersomstandigheden dat weet Hanneke gelukkig als geen ander. Dat we zoveel pech binnen een paar dagen konden hebben dat was niet alleen voor haar maar ook voor ons een verrassing. Het was heel fijn juist nu een paar extra handen met zeil en moederkennis aan boord te hebben. En ja nu Hanneke weer lekker thuis bij Syste en de kindjes is, is er zeker meer ruimte aan boord, hoewel dat laatste vooral te maken heeft met die enorm grote tas die ze voor ons bij zich had en niet zozeer met de persoon in kwestie. De keerzijde van zo’n gezellig bezoek van bijna 2 weken is dat het ’t gemis van alle lieve vrienden en familie in Nederland versterkt, daar helpt geen enkel Bounty Island tegen. Inmiddels zijn we al weer ruim een week ons eigen kleine gezinnetje, met onze dagelijkse beslommerinkjes eigenlijk net zoals thuis maar dan met een uitzicht dat meer tot de verbeeldingen spreekt. We kunnen bevestigen dat er ook minder dan 25 tot 30 knopen wind om en rond Grenada mogelijk is nu we voor Saline Island (ten zuiden van Cariacou) voor anker liggen. Meer nieuws en (bewegende) beelden van dit hemelse plekje zijn al in de maak.

Suriname & Tobago- It’s Just The Way It Is

Geplaatst op 3 reactiesGeplaatst in Geen categorie

We moeten er uitzien als twee wel heel zielige verzopen katjes want Kees zegt na breker nummer 2 midden in de kuip: genoeg, we gaan terug, we doen dit toch zeker voor onze lol! We draaien de boot, ik trek Marijn zijn laatste droge kleren aan en na 45 minuten liggen we weer in de baai van Iles du Salut (Frans Guyana). De bemanning van de Kaya komt aangeroeid en concluderen terecht zonder nog een woord te hebben uitgewisseld dat vandaag niet de beste dag was om te vertrekken. Hoewel het een berucht stukje varen is, de baai uit en langs de eilanden omhoog richting de 20 meter dieptelijn om de stroom op te pikken, was vandaag tussen alle squalls en golven van ruim 2,5 meter van voren en opzij net een brug te ver. Probleem is alleen dat we echt wel door onze voorraad heen zijn en qua eten valt er nog best wat te verzinnen maar het water is zo goed als op, het water kost hier bijna 5 euro per fles en we schatten in dat de filters van de watermaker het niet al te lang zullen volhouden in dit mooie groene maar niet heldere water. De volgende dag starten we met frisse moed een tweede poging zeezeilen met stroom mee die ons in een dag of 2 in Domburg, Suriname moet gaan brengen. Ditmaal hebben we meer geluk en binnen een mum van tijd laten we de eilanden achter ons. We varen door de stroming en met een mooie backstag wind ruim 7 knopen, zonnetje erbij en genieten maar. We zetten een recordtijd neer, 156 mijl, wat dagafstand betreft maar vergissen ons erg als we denken in dit tempo door te kunnen varen richting onze eindbestemming. Het liefst lopen we onze nieuwe ankerplek in daglicht aan, maar al ver voor de riviermonding loopt onze snelheid terug en zien we de tijd van aankomst oplopen. Ondanks dat het qua berekening laag water is als we richting de Suriname rivier varen en de stroom zou moeten kenteren lijken we juist stroom tegen te hebben, iets wat 3 uur duurt en hoort bij de Suriname rivier blijkt achteraf. We genieten van het uitzicht links en rechts en het is nog net licht als we het haventje in Domburg bereiken. Aan de kant wordt er vanuit  “het clubhuis” River Breeze al volop gezwaaid door tenminste de Elisabeth en de Summerwind. Voor we het weten zijn Casper en Floor al in hun bootje gesprongen en Peter komt er achteraan om ons op te halen voor een warm onthaal en een lekker Surinaams hapje eten. We leren Netty kennen die de haven runt en voor de volgende dag een auto en chauffeur regelt voor het inklaren, een klusje waar je anders minstens 2 dagen zoet mee bent. Marijntje wordt vol enthousiasme ontvangen door de meisjes achter de bar en in de keuken die hem het liefst de hele dag zouden willen knuffelen, terwijl hij daar tegenwoordig niet meer zo van is. Nee Marijn stapt liever vrolijk in het rond of spettert er lekker op los in het zwembad. Een voorstelling van Suriname had ik niet echt, raar misschien omdat je best veel mensen van Surinaamse afkomst kent. Het is een land met een prachtige natuur, wilde dieren en een heel lieve en hartelijke bevolking. Toch bekruipt je het gevoel dat de meeste mensen zich erbij neergelegd hebben (of afgeleerd hebben anders te willen) te moeten dienen onder het dictatoriale regime van Bouterse.

Een leider die zolang hij kan aan de macht zal blijven door het omkopen van stemmen door internet zendmasten en goede wegen te beloven aan de captains van de kleine jungledorpen en voor eigen gewin met de Chinezen deals sluit waar de staatskas van leeg loopt en het land en zijn inwoners geen steek beter van worden. Toch horen we de mensen hier nauwelijks hun beklag doen. Echt alles is voor een appel en een ei te koop door de enorme inflatie die de armoede versterkt. Maar hier haalt men de schouders op en zegt, gelukkig hoeft niemand hier honger te leiden. Over Bouterse gesproken, bij een bezoek aan Paramaribo hoort een bezoek aan Fort Zeelandia. Met uitzicht op de rivier waar we enkele dagen tevoren onbevangen vaarden kijken we nu diep onder de indruk en met kippenvel naar het gedenkteken van de vrijheidsstrijder die met de decembermoorden op precies deze plaats werden gefusilleerd. Alle keren hierop dat we langs varen over de Suriname rivier voel ik steeds die knoop in mijn maag weer en is het minder open-minded dan de dag van aankomst. Na een kleine week vatten we het plan samen met de Summerwind en de Elisabeth de Commewijne en Cotticarivier op te varen. Het wordt een bijzonder en gezellig tochtje van Frederiksdorp tot aan Wanhatti. Het zijn dagen waarop het tij ons ritme bepaald en we steeds verder afvaren van de Nederlandse clan de afgelegen jungle in. Het is mooi om gedrieën “achter”  1 anker voor en 1 anker achter te liggen en te eten of borrelen onder de door Floor van bruidstule gemaakte klamboetent-voor-over-de-kuip terwijl je de apen op een paar meter afstand in de bomen hoort brullen. Terwijl de verwachtingen hoog gespannen zijn, de bemanning van de Incentive zag op hun tocht tenslotte onder andere een luiaard en kaaimannen, moeten wij het doen met de insecten die hier in mega-grootte rondvliegen, behalve de muggen dan die compenseren hun kleine bijna niet zichtbare gestalte omgekeerd evenredig met hun aantal. Verder gaan alle spannende of bezienswaardige dieren aan ons voorbij, maar de Summerwind alias de Freek Vonk boot streept de (rivier)dolfijn, de pelikaan en de anaconda langs de boot weg en zetten uiterst koelbloedig een slang, kikker, piranha, een zwaluwpaartje met nesteldrang en een vogelspin overboord. Na twee dagen Frederiksdorp (zwembadje, leuk restaurantje) op de terugweg beslissen we in afwachting van een gunstig weergaatje richting Tobago weer naar Domburg te varen. Dat weergaatje laat nog even op zich wachten, met halve wind en golven van opzij is het toch aangenaam als de golven een beetje onder de 2,5 meter blijven. We relaxen dus verder op die snelstromende bruine rivier en combineren een bezoek aan Paramaribo om uit te klaren met boodschappen doen bij de Tulip (een Europees georiënteerde supermarkt met onder andere drop) en de centrale markt (ook als je geen groente of fruit nodig hebt een bezoekje waard). We eten eindelijk roti met Casper en Floor zoals we in Mindelo hadden afgesproken en maken ons zondag 25 februari klaar voor een prachtig 3 daags tochtje richting Tobago. We leggen met de stroming waar we optimaal 

van profiteren 335 mijl af in 2 dagen, weer een nieuw record. Het blijft ons verbazen hoe goed ons bootje zich houdt en ondanks al het gefoeter over ruimtegebrek en het moeten kamperen onderweg is Kees toch ook wel heel trots dat de White Mustang zo lekker loopt. Met een puntje Genua op en met een wijde bocht om de noordelijke rotspartijen heen waar de stroming lokaal kan oplopen tot 4 knopen komen we met zonsopkomst aan in wat ook het Paradijs zou kunnen zijn. Een prachtige zonovergoten en met (palm)bomen omzoomde baai met helder blauw turquoise water, vrolijk gekleurde vissersbootjes met bamboe hengels  waar hordes pelikanen de wacht op houden. Reggae muziek op de achtergrond, hier is waar we het allemaal voor hebben gedaan. We genieten van de lome uitstraling in het aanliggende dorpje Charlotteville en worden geconfronteerd met onze westerse manier van denken bij het inklaren. Tja hoe leg je de jongste lezers uit wat carbonpapier is en waarom je dat nodig hebt terwijl je ook een kopieer machine hebt en dan laten we het ongebruikt laten van computers en internet maar even achterwege. Tip, neem de tijd, dat doet de Tobagiaan ook, zeker als ze bij immigration werken, neem een waterdichte tas met droge kleding en schoenen mee, de landing op het smalle strandje gaat zelden zonder nat pak en leg je dinghy vast op de kade of aan de jetty met een hekanker. Met de inmiddels 5 Nederlandse boten in de baai organiseren we een lekkere en vooral erg gezellige strand BBQ, we huren een auto met de Summerwind en toeren opzoek naar een prepaid kaart (bmobile, onbeperkt prepaid kaartje!) in Scarborough, over dit groene eiland van het ene naar het andere spectaculaire uitzicht op een baai. Na een dagje ontspannen en zwemmen rond de boot eindigen we met een wandeling boven Pirates Bay langs met een geweldig zicht op de baai en onze zeilbootjes. Het voelt een beetje onwennig om na weken, met onder ander Casper en Floor te zijn opgetrokken, vanavond het anker op te halen en alleen door te varen. Het kan niet anders iedereen heeft zijn eigen schema, planning of lijstje, ook steeds weer afscheid nemen hoort bij lange reizen maken. Maar in dit geval denk ik dat we met een beetje geluk over een paar weken met elkaar zullen snorkelen in een fantastisch baaitje op de Grenadines. In de tussentijd kijken wij met heel veel plezier vooruit naar 7 maart wanneer we Hanneke welkom zullen heten aan boord. So, Grenada here we come!

Van Frederiksdorp naar Wanhatti- River Safari